Hoofdtekst
Een koningsdochter was op de jacht. Zij verdwaalt. Komt een buffel tegen. Zij valt in zwijm. Daar komt een sterke kerel aan. Hij schiet en verwondt den buffel. Onderwijl wordt zij weggedragen. Onderwijl vecht de kerel met den buffel. Zijn hond wil hem helpen. Dien jaagt hij weg. De buffel schramt hem in den rug. Op 't laatst doodt hij hem. Hij neemt hem zijn horens af en hangt die om zijn lijf.
Er is een groot feest bij den koning. Alleman komt er, maar de koningsdochter niet. De kerel ook, hij gaat heel in de hoogte zitten. Ieder heeft erg in den sterken man, die behangen is met allerlei tropheën. Of de koningsdochter op laatst is terecht gekomen, weet ik niet.
Er is een groot feest bij den koning. Alleman komt er, maar de koningsdochter niet. De kerel ook, hij gaat heel in de hoogte zitten. Ieder heeft erg in den sterken man, die behangen is met allerlei tropheën. Of de koningsdochter op laatst is terecht gekomen, weet ik niet.
Beschrijving
Een prinses verdwaalt tijdens de jacht en komt een buffel tegen waarvan ze schrikt en flauwvalt. Een sterke man schiet op de buffel, verwondt en doodt het dier, verwijdert de hoorns en hangt die op zijn lichaam. De prinses is weggedragen. Bij het feest van de koning is de prinses niet aanwezig, maar iedereen ziet de sterke man.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
[6 januari 1902] in brief van 25 april 1902
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21