Hoofdtekst
In Oosterlittens woonde een schoenmaker die het niet breed had. Hij werkte hard, zijn vrouw was zuinig, maar het groeiende kindertal dwong hen de tering naar de nering te zetten.
Voor de schoenmaker stond echter vast, dat beter tijden zouden aanbreken.
Op een morgen zei hij tegen zijn vrouw: "Ik heb vanacht gedroomd dat ik op de Papenbrug in Amsterdam mijn geluk kan vinden."
"Het is maar goed dat Amsterdam niet naast de deur ligt," zei zijn vrouw. "Anders was je gek genoeg om er op af te gaan. Dromen zijn bedrog, man."
Hij praatte er niet meer over, maar de hele dag kon hij de droom niet uit zijn hoofd zetten.
Die nacht droomde hij weer, dat hij in Amsterdam op de Papenbrug zijn geluk kon vinden. Hij dacht dat dit toch wel iets betekende en begon er opnieuw over tegen zijn vrouw. Maar ze lachte hem uit en wou er niet van horen.
De derde nacht had de schoenmaker dezelfde droom.
's Morgens stond zijn besluit vast. Zijn vrouw kon praten wat ze wou, het hielp niets. Hij pakte zijn koffer en ging op reis. In Amsterdam vroeg hij de weg naar de Papenbrug. Daar wandelde hij wat rond, zonder eigenlijk precies te weten wat hij zocht. De eerste dag vond hij niks. En de tweede dag vond hij ook niks.
De derde dag kwam er 's avonds, juist toen hij onverrichterzake naar zijn logement wilde terugkeren, een bedelaar op hem af.
"Het is me opgevallen," zei deze, "dat je hier al drie dagen rondhangt. Zoek je iets?"
"Dat zal ik je vertellen," zei de schoenmaker. "Thuis had ik drie nachten achter elkaar dezelfde droom. Ik droomde dat ik hier op de Papenbrug mijn geluk zou vinden."
De bedelaar schoot in de lach en zei: "Ben jij nog zo onnozel dat je in dromen gelooft? Ik niet. Kort geleden had ik ook drie nachten achter elkaar dezelfde merkwaardige droom. Ik droomde dat midden op het weitje achter het huis van een schoenmaker, die tegenover de kerk van Oosterlittens in Friesland woont, een paaltje staat en dat op diezelfde plaats een pot met geld ligt begraven. Maar ik ben niet zo gek dat ik daar helemaal naar toereis."
De schoenmaker liet niets merken.
"Het lijkt me het beste dat ik maar weer naar huis ga," zei hij.
Thuis begon hij meteen te graven. Zijn vrouw schold hem de huid vol, maar toen hij een pot vol geld uit de grond haalde, draaide ze om als een blad aan de boom.
"Nou?" zei de schoenmaker. "Heb ik je niet gezegd dat ik in Amsterdam op de Papenbrug mijn geluk zou vinden?"
Ze moest het beamen. Ze spraken af dat ze de vondst geheim zouden houden. De schat werd als een appeltje voor de dorst weggelegd en de pot werd gewoon in het huishouden gebruikt.
Er stond iets op dat ze niet konden lezen, omdat het een vreemde taal was.
Op een dag kregen ze bezoek van de dominee. Toen hij plaats nam bij de haard, viel zijn oog op de pot die boven het vuur hing. Hij bekeek het opschrift en vroeg waar de pot vandaan kwam.
"Die heb ik gekocht van een handelaar in oud ijzer," zei de schoenmaker.
"Weet je wat er op staat?" vroeg de dominee.
"Nee," zei de schoenmaker. "Die taal ken ik niet."
"Het is Latijn," zei de dominee. "Wat er staat is: onder deze pot ligt nog een pot. Ik begrijp er alleen de betekenis niet van."
"Ik heb ook geen idee," zei de schoenmaker.
Maar de dominee was de deur nog niet uit of de kluiten aarde vlogen al door de lucht. En verdraaid, hij vond nog een pot die tot de rand met geld was gevuld. Nu was hij een schatrijk man.
Ter herinnering aan het geluk dat hem ten deel was gevallen, verving de schoenmaker het houten paaltje dat achter zijn huis stond, voor een van steen.
Meer dan honderd jaar na zijn dood stond dat stenen paaltje er nog.
(Friesland)
Onderwerp
AT 1645 - The Treasure at Home   
ATU 1645 - The Treasure at Home.   
SINAT 1645 - Der Traum vom Schatz   
Beschrijving
Bron
Motief
N531.1 - Dream of treasure on the bridge.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Oosterlittens   
Latijn   
Naam Locatie in Tekst
Papenbrug   
Amsterdam   
Friesland   
Plaats van Handelen
Oosterlittens (Friesland)   
Kloekenummer in tekst
B083b   
