Hoofdtekst
De man zonder hoofd
In het holst van de nacht flakkerde een vuurgloed achter een kelderraam in de Goudstraat in Gent. Een bakker was zijn oven aan het stoken.
De nachtwacht deed de ronde door de uitgestorven stad en had juist vier uur geheid, toen er op het kelderraam werd geklopt.
De bakker nam een half brood van de vorige dag van de plank en opende het raam. Een klamme hand pakte het aan en de geheimzinnige klant verdween zonder een woord.
Zijn naam was Naart Stuyk.
Naart Stuyk liet zijn vrouw voor zich werken, sloeg haar bont en blauw en verzoop haar zuurverdiende geld. Op een dag kreeg ze er genoeg van, gooide een flesje vitriool over zijn kop toen hij zijn roes lag uit te slapen, en verhing zich.
Zijn tronie was zo gruwelijk verminkt, dat zelfs de duivel er voor op de loop ging. Alleen 's nachts vertoonde hij zich op straat om brood te halen.
Hoe hij aan zijn eind is gekomen, weet geen mens.
Zijn ziel heeft geen rust, en bij nacht en ontij doolt hij door sloppen en stegen. Een wegvluchtende schaduw is alles wat men van hem ziet.
De bakkers van Gent hebben altijd een half brood voor hem klaar liggen. Want als ze hem met lege handen laten gaan, valt hun deeg plat en bederft het meel.
(Oost-Vlaanderen)
In het holst van de nacht flakkerde een vuurgloed achter een kelderraam in de Goudstraat in Gent. Een bakker was zijn oven aan het stoken.
De nachtwacht deed de ronde door de uitgestorven stad en had juist vier uur geheid, toen er op het kelderraam werd geklopt.
De bakker nam een half brood van de vorige dag van de plank en opende het raam. Een klamme hand pakte het aan en de geheimzinnige klant verdween zonder een woord.
Zijn naam was Naart Stuyk.
Naart Stuyk liet zijn vrouw voor zich werken, sloeg haar bont en blauw en verzoop haar zuurverdiende geld. Op een dag kreeg ze er genoeg van, gooide een flesje vitriool over zijn kop toen hij zijn roes lag uit te slapen, en verhing zich.
Zijn tronie was zo gruwelijk verminkt, dat zelfs de duivel er voor op de loop ging. Alleen 's nachts vertoonde hij zich op straat om brood te halen.
Hoe hij aan zijn eind is gekomen, weet geen mens.
Zijn ziel heeft geen rust, en bij nacht en ontij doolt hij door sloppen en stegen. Een wegvluchtende schaduw is alles wat men van hem ziet.
De bakkers van Gent hebben altijd een half brood voor hem klaar liggen. Want als ze hem met lege handen laten gaan, valt hun deeg plat en bederft het meel.
(Oost-Vlaanderen)
Beschrijving
Bakkers hebben een half brood klaarliggen voor de rusteloze ziel van een man die 's nachts ronddoolt, omdat anders valt het deeg plat en bederft het meel.
Bron
E. de Jong & P. Klaasse: Sagen en Legenden van de Lage Landen, Bussum 1980, p. 29
Commentaar
Bron: R. van der Linden & L. Cumps. Volksverhalen uit Oost- en Westvlaanderen, Utrecht [etc], 1979, pp. 138-140
Naam Overig in Tekst
Naart Stuyk   
Naam Locatie in Tekst
Goudstraat   
Gent   
Plaats van Handelen
Gent (BeOv)   
Kloekenummer in tekst
I241p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
