Hoofdtekst
Adderloofzaad
De koeien van een boer waren uit de wei gebroken. Om ze terug te halen moest hij door een moeras. Op de terugweg begonnen de dieren opeens harder te lopen. Hij had moeite ze bij te houden.
Op een gegeven ogenblik keek hij over zijn schouder om te zien of er iets was waardoor ze werden opgejaagd. Tot zijn verbijstering zag hij dat ze achtervolgd werden door honderden adders. Als hij stil stond, bleven ze liggen, maar zodra hij doorliep kropen ze hem na. Het angstzweet brak hem uit. Een eindje verder kwam hij een man tegen, die raad wist.
"Je moet hiermee een streep over de weg trekken," zei hij, en gaf hem zijn mes.
De boer deed het en inderdaad konden de slangen de streep niet over. Opgelucht vervolgde hij zijn weg.
Toen hij thuiskwam, konden zijn huisgenoten hem wel horen, maar niet zien. Hij keek door het raam naar buiten en zag achterin het veld een schaapherder met zijn kudde en timmerlui, die een toren aan het bouwen waren. Hij zag nog veel meer, en vertelde alles, maar de anderen hielden vol dat ze hem niet konden zien.
Hij bleef kijken en zag achterop zijn land een fel licht branden, waardoor hij in de grond een schat kon zien liggen. Hij schopte zijn klompen uit en wilde op zijn sokken het land inrennen om zo vlug mogelijk bij de schat te zijn, maar de anderen konden hem wel weer zien. Ze zagen hem wegrennen.
Zijn vrouw merkte dat zijn klompen nat waren en legde er kooltjes vuur in om te drogen. Een half uur later kwam de man terug. Hij zag de schaapherder met zijn kudde en de timmerlui niet meer, het beeld loste op en ook de schat was verdwenen.
De man die hem in het moeras had geholpen, had ongemerkt het zaad van adderloof in zijn klompen gedaan, maar door het vuur was het verbrand.
(Drente)
De koeien van een boer waren uit de wei gebroken. Om ze terug te halen moest hij door een moeras. Op de terugweg begonnen de dieren opeens harder te lopen. Hij had moeite ze bij te houden.
Op een gegeven ogenblik keek hij over zijn schouder om te zien of er iets was waardoor ze werden opgejaagd. Tot zijn verbijstering zag hij dat ze achtervolgd werden door honderden adders. Als hij stil stond, bleven ze liggen, maar zodra hij doorliep kropen ze hem na. Het angstzweet brak hem uit. Een eindje verder kwam hij een man tegen, die raad wist.
"Je moet hiermee een streep over de weg trekken," zei hij, en gaf hem zijn mes.
De boer deed het en inderdaad konden de slangen de streep niet over. Opgelucht vervolgde hij zijn weg.
Toen hij thuiskwam, konden zijn huisgenoten hem wel horen, maar niet zien. Hij keek door het raam naar buiten en zag achterin het veld een schaapherder met zijn kudde en timmerlui, die een toren aan het bouwen waren. Hij zag nog veel meer, en vertelde alles, maar de anderen hielden vol dat ze hem niet konden zien.
Hij bleef kijken en zag achterop zijn land een fel licht branden, waardoor hij in de grond een schat kon zien liggen. Hij schopte zijn klompen uit en wilde op zijn sokken het land inrennen om zo vlug mogelijk bij de schat te zijn, maar de anderen konden hem wel weer zien. Ze zagen hem wegrennen.
Zijn vrouw merkte dat zijn klompen nat waren en legde er kooltjes vuur in om te drogen. Een half uur later kwam de man terug. Hij zag de schaapherder met zijn kudde en de timmerlui niet meer, het beeld loste op en ook de schat was verdwenen.
De man die hem in het moeras had geholpen, had ongemerkt het zaad van adderloof in zijn klompen gedaan, maar door het vuur was het verbrand.
(Drente)
Beschrijving
Boer die met zijn koeien door een moeras loopt wordt achtervolgd door adders, en krijgt van een voorbijganger een mes om een streep over de weg te trekken waardoor de adders niet verder kunnen. Thuisgekomen blijkt de boer betoverd, want hij is onzichtbaar geworden, en ziet zaken die anderen niet zien. Na het drogen van zijn klompen met kooltjes vuur is de betovering verbroken, want het adderloofzaad dat de voorbijganger in zijn klompen had gedaan, was verbrand.
Bron
E. de Jong, P. Klaasse: Sagen en Legenden van de Lage Landen. Bussum 1980, p. 36
Commentaar
Bron: J.R.W. Sinninghe. Drentsch sagenboek, Zutphen 1944, pp.124-125.
E. de Jong, P. Klaasse, Sagen en Legenden van de Lage Landen, Bussum 1980, p. 157: Adderloof is het loof van adderkruid. In Groningen en Drente geloofde men dat adders zich schuil hielden onder mannetjesvarens. Mogelijk wordt hier met adderloofzaad varensporen bedoeld. De gewaarwordingen van de boer lijken van psychedelische aard.
E. de Jong, P. Klaasse, Sagen en Legenden van de Lage Landen, Bussum 1980, p. 157: Adderloof is het loof van adderkruid. In Groningen en Drente geloofde men dat adders zich schuil hielden onder mannetjesvarens. Mogelijk wordt hier met adderloofzaad varensporen bedoeld. De gewaarwordingen van de boer lijken van psychedelische aard.
Plaats van Handelen
Drente   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
