Hoofdtekst
Slechte voortekenen
Een boer uit Dokkum ging op weg naar Leeuwarden om de pacht te betalen. Hij was juist vertrokken toen er een zwarte kat voor de sjees sprong. Het paard bleef stokstijf staan. Dit was een slecht voorteken. De boer keerde zijn voertuig en reed terug naar huis.
De dag daarop zou zijn buurman met de pachtsom naar de stad gaan. Maar die hoorde 's avonds driemaal een uil roepen in de boom voor het huis. Op de reis rustte blijkbaar geen zegen, en hij zag er van af.
De uiterste datum waarop de pacht moest worden betaald kwam in zicht, en ze hadden nog steeds niet besloten of ze de reis zouden wagen.
Op de laatste dag vond een van de boeren 's morgens vroeg een haas op zijn erf, die met zijn poot in een strik zat. Dat bracht hem op een idee. Hij stopte de haas zolang in de kippenren, en liep naar zijn buurman.
Hij stelde voor, de haas met het pachtgeld naar Leeuwarden te sturen. Daar was de buurman meteen voor te vinden. Als er één nog op tijd in de stad kon zijn, was het de haas wel.
Ze hingen het dier een beurs met de pachtsom om de nek en bonden een briefje voor de landheer onder zijn staart.
Toen ze hem wilden loslaten, zei de ene boer: "Wacht! De haas kan het adres niet lezen. Hij heeft geloof ik geen oog onder zijn staart."
De boeren keken onder de haas zijn staart en waren het erover eens dat het geen tranen waren, die er uit dat gaatje rolden. Het kon dus ook geen oog zijn wat daar zat.
Ze besloten de haas dan maar uit te leggen hoe hij moest lopen en waar hij moest zijn. De kortste weg was langs de Ee over Bartlehiem; van Wijns naar Lekkum kon hij het best een binnenpaadje nemen. De landheer woonde aan de Groningerstraatweg en het adres was makkelijk te vinden.
Ze dachten dat de haas wel op één dag heen en weer kon. De ene boer vond dat de haas onderweg best even mocht aanleggen bij een herberg. Daarover waren ze het eens, en ze wilden hem een stuiver extra meegeven.
De een wilde die stuiver bij het andere geld in de beurs doen, maar daar wilde de slimme niet van weten. Men hoefde de kat niet op het spek te binden.
Hij stelde voor dat de bode de stuiver maar in zijn eigen beurs moest bewaren, en wees op het oor van de haas. Maar ze wisten niet welk oor hij als beurs gebruikte, want aan weerskanten van zijn kop zat een gat. Ze namen het zekere voor het onzekere, en stopten in ieder gat een stuiver.
De ene boer, die in de kerkeraad zat, waarschuwde de haas nog zich in de grote stad niet met vrouwvolk af te geven. Toen lieten ze hem los.
Langoor bleef even roerloos zitten, en de boeren zeiden tegen elkaar: "Zie je wel, die heeft verstand in zijn kop. Hij laat goed tot zich doordringen wat we hem hebben gezegd."
Het volgende ogenblik zette de haas het op een lopen. Eerst rende hij de goed kant uit, en de boeren waren opgetogen.
Maar bij een sloot gekomen, draaide hij zich om en stoof in tegenovergestelde richting weg.
De ene boer riep: "Ho, kom terug!"
Maar de andere bracht hem tot bedaren, en zei: "Man, wees toch wijzer. Zo'n haas kent de streek beter dan wij. Hij neemt een kortere weg."
En tevreden kuierden ze naar huis.
Een boer uit Dokkum ging op weg naar Leeuwarden om de pacht te betalen. Hij was juist vertrokken toen er een zwarte kat voor de sjees sprong. Het paard bleef stokstijf staan. Dit was een slecht voorteken. De boer keerde zijn voertuig en reed terug naar huis.
De dag daarop zou zijn buurman met de pachtsom naar de stad gaan. Maar die hoorde 's avonds driemaal een uil roepen in de boom voor het huis. Op de reis rustte blijkbaar geen zegen, en hij zag er van af.
De uiterste datum waarop de pacht moest worden betaald kwam in zicht, en ze hadden nog steeds niet besloten of ze de reis zouden wagen.
Op de laatste dag vond een van de boeren 's morgens vroeg een haas op zijn erf, die met zijn poot in een strik zat. Dat bracht hem op een idee. Hij stopte de haas zolang in de kippenren, en liep naar zijn buurman.
Hij stelde voor, de haas met het pachtgeld naar Leeuwarden te sturen. Daar was de buurman meteen voor te vinden. Als er één nog op tijd in de stad kon zijn, was het de haas wel.
Ze hingen het dier een beurs met de pachtsom om de nek en bonden een briefje voor de landheer onder zijn staart.
Toen ze hem wilden loslaten, zei de ene boer: "Wacht! De haas kan het adres niet lezen. Hij heeft geloof ik geen oog onder zijn staart."
De boeren keken onder de haas zijn staart en waren het erover eens dat het geen tranen waren, die er uit dat gaatje rolden. Het kon dus ook geen oog zijn wat daar zat.
Ze besloten de haas dan maar uit te leggen hoe hij moest lopen en waar hij moest zijn. De kortste weg was langs de Ee over Bartlehiem; van Wijns naar Lekkum kon hij het best een binnenpaadje nemen. De landheer woonde aan de Groningerstraatweg en het adres was makkelijk te vinden.
Ze dachten dat de haas wel op één dag heen en weer kon. De ene boer vond dat de haas onderweg best even mocht aanleggen bij een herberg. Daarover waren ze het eens, en ze wilden hem een stuiver extra meegeven.
De een wilde die stuiver bij het andere geld in de beurs doen, maar daar wilde de slimme niet van weten. Men hoefde de kat niet op het spek te binden.
Hij stelde voor dat de bode de stuiver maar in zijn eigen beurs moest bewaren, en wees op het oor van de haas. Maar ze wisten niet welk oor hij als beurs gebruikte, want aan weerskanten van zijn kop zat een gat. Ze namen het zekere voor het onzekere, en stopten in ieder gat een stuiver.
De ene boer, die in de kerkeraad zat, waarschuwde de haas nog zich in de grote stad niet met vrouwvolk af te geven. Toen lieten ze hem los.
Langoor bleef even roerloos zitten, en de boeren zeiden tegen elkaar: "Zie je wel, die heeft verstand in zijn kop. Hij laat goed tot zich doordringen wat we hem hebben gezegd."
Het volgende ogenblik zette de haas het op een lopen. Eerst rende hij de goed kant uit, en de boeren waren opgetogen.
Maar bij een sloot gekomen, draaide hij zich om en stoof in tegenovergestelde richting weg.
De ene boer riep: "Ho, kom terug!"
Maar de andere bracht hem tot bedaren, en zei: "Man, wees toch wijzer. Zo'n haas kent de streek beter dan wij. Hij neemt een kortere weg."
En tevreden kuierden ze naar huis.
Onderwerp
VDK 1291E* - Een haas als geldbode   
Beschrijving
Twee boeren besluiten een haas met de pachtsom naar de landheer te laten gaan. Ze hebben te veel slechte voortekenen gekregen om de reis zelf te ondernemen. Ze geven de haas een briefje mee voor de landheer en binden een beurs met de pachtsom om zijn nek. De haas rent precies de verkeerde kant op. Maar de boeren vertrouwen op de haas en lopen huiswaarts.
Bron
E. de Jong & P. Klaasse: Sagen en Legenden van de Lage Landen. Bussum 1980, p. 118
Commentaar
1980
Bron: Y. Poortinga: De ring fan it ljocht, Baarn / Ljouwert 1976, pp.263-265
Een haas als geldbode
Naam Overig in Tekst
Langoor   
Naam Locatie in Tekst
Dokkum   
Leeuwarden   
Ee   
Bartlehiem   
Lekkum   
Wijns   
Groningerstraatweg   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
