Hoofdtekst
Getrouwd met een heks
Een boer kreeg een zoon. Het kind was bij de geboorte goed gezond, maar na een paar dagen scheen het weg te kwijnen. Het huilde soms aan een stuk door.
De misère begon om vijf uur 's morgens als de knecht op de boerderij kwam om te dorsen, en duurde tot zeven uur 's avonds als hij terugging naar huis.
Het kind heette Fokke; de knecht, die nog maar kort in dienst was, Abe.
Na verloop van tijd zei de boer tegen zijn vrouw: "Het is toch vreemd, dat Fokke overstuur raakt als Abe begint te dorsen. Zou die man wel te vertrouwen zijn?"
Ze gaf hem de raad de zaak te bespreken.
Maar de knecht bezwoer bij hoog en bij laag dat men hem er niet op moest aankijken.
Toen Abe de volgende morgen op de boerderij weer aan de slag wilde gaan, ontdekte hij dat hij zijn dorsvlegel thuis had laten liggen. Hij ging terug om die te halen. Zijn vrouw was het fornuis aan het opstoken. Op zijn vraag waar dit voor nodig was, zei ze, dat ze de aardappels voor het varken nog moest koken. Dat was vreemd, want die waren de vorige avond al gekookt.
Zijn wantrouwen was gewekt. Hij deed of hij weer naar zijn werk vertrok, maar verstopte zich achter de deur, die hij op een kier liet staan.
Zijn vrouw stookte het vuur zo hoog op, dat het fornuis begon te gloeien. Daarna haalde ze twee poppen van de zolder. Eerst drukte ze de ene met de voetjes tegen de kachel.
"Jij bent Griet van de turfschipper," siste ze, terwijl er een gemene uitdrukking op haar gezicht verscheen. "Ik zal je pijn doen, omdat je vader ons slechte turf voor goed geld heeft verkocht."
De tweede pop was hetzelfde lot beschoren.
"En jij bent de kleine Fokke van onze boer," snauwde ze, "jou doe ik pijn, omdat je moeder ons voor een pond boter een stuiver te veel laat betalen."
Abe smeet de deur open en zei: "Zo is het genoeg!"
Verstijfd van schrik staarde zijn vrouw hem aan. Toen ze haar spraak terug had, bad en smeekte ze hem de zaak geheim te houden.
Nadat hij haar de belofte had afgedwongen, dat het met die zwarte kunsten was afgelopen, vertrok hij naar zijn werk.
Het eerst vroeg hij hoe het met de kleine Fokke ging.
"Vanmorgen veel beter dan anders," zei de boer opgelucht. "Hij heeft haast niet gehuild en slaapt nu als een roos."
"Mijn vrouw klaagt erover, dat we een stuiver te veel voor de boter moeten betalen," zei de knecht.
De boerin was in zo'n beste stemming, dat die stuiver er wel af kon.
Sinds die dag groeide Fokke als kool.
(Friesland)
Een boer kreeg een zoon. Het kind was bij de geboorte goed gezond, maar na een paar dagen scheen het weg te kwijnen. Het huilde soms aan een stuk door.
De misère begon om vijf uur 's morgens als de knecht op de boerderij kwam om te dorsen, en duurde tot zeven uur 's avonds als hij terugging naar huis.
Het kind heette Fokke; de knecht, die nog maar kort in dienst was, Abe.
Na verloop van tijd zei de boer tegen zijn vrouw: "Het is toch vreemd, dat Fokke overstuur raakt als Abe begint te dorsen. Zou die man wel te vertrouwen zijn?"
Ze gaf hem de raad de zaak te bespreken.
Maar de knecht bezwoer bij hoog en bij laag dat men hem er niet op moest aankijken.
Toen Abe de volgende morgen op de boerderij weer aan de slag wilde gaan, ontdekte hij dat hij zijn dorsvlegel thuis had laten liggen. Hij ging terug om die te halen. Zijn vrouw was het fornuis aan het opstoken. Op zijn vraag waar dit voor nodig was, zei ze, dat ze de aardappels voor het varken nog moest koken. Dat was vreemd, want die waren de vorige avond al gekookt.
Zijn wantrouwen was gewekt. Hij deed of hij weer naar zijn werk vertrok, maar verstopte zich achter de deur, die hij op een kier liet staan.
Zijn vrouw stookte het vuur zo hoog op, dat het fornuis begon te gloeien. Daarna haalde ze twee poppen van de zolder. Eerst drukte ze de ene met de voetjes tegen de kachel.
"Jij bent Griet van de turfschipper," siste ze, terwijl er een gemene uitdrukking op haar gezicht verscheen. "Ik zal je pijn doen, omdat je vader ons slechte turf voor goed geld heeft verkocht."
De tweede pop was hetzelfde lot beschoren.
"En jij bent de kleine Fokke van onze boer," snauwde ze, "jou doe ik pijn, omdat je moeder ons voor een pond boter een stuiver te veel laat betalen."
Abe smeet de deur open en zei: "Zo is het genoeg!"
Verstijfd van schrik staarde zijn vrouw hem aan. Toen ze haar spraak terug had, bad en smeekte ze hem de zaak geheim te houden.
Nadat hij haar de belofte had afgedwongen, dat het met die zwarte kunsten was afgelopen, vertrok hij naar zijn werk.
Het eerst vroeg hij hoe het met de kleine Fokke ging.
"Vanmorgen veel beter dan anders," zei de boer opgelucht. "Hij heeft haast niet gehuild en slaapt nu als een roos."
"Mijn vrouw klaagt erover, dat we een stuiver te veel voor de boter moeten betalen," zei de knecht.
De boerin was in zo'n beste stemming, dat die stuiver er wel af kon.
Sinds die dag groeide Fokke als kool.
(Friesland)
Onderwerp
SINSAG 0531 - Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.
  
Beschrijving
De zoon van de boer huilt aan een stuk door wanneer de knecht op de boerderij is. De boer spreekt hierover met de knecht, maar die zegt onschuldig te zijn. De knecht komt thuis en ziet zijn vrouw bezig aan het fornuis. Hij vertrouwt haar niet en verstopt zich achter de deur. Dan ziet hij dat zijn vrouw twee poppen tegen de kachel drukt. Ze zegt dat de ene pop de zoon van de boer is. Hij moet boeten omdat de boerin te veel geld laat betalen voor de boter. De knecht laat haar beloven op te houden met de zwarte kunsten. Vanaf dat moment huilt de zoon van de boer lang zo veel niet meer.
Bron
E. de Jong & P. Klaasse: Sagen en Legenden van de Lage Landen. Bussum 1980, p. 141
Commentaar
1980
Bron: W. Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later, deel II, Leeuwarden 1896, pp. 159-161
Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.
Naam Overig in Tekst
Fokke   
Abe   
Griet   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
