Hoofdtekst
Een boer zendt zijn zoon naar een school in de stad om Latijn te leeren, doch de jongen hangt den luiaard uit en komt na drie jaar even wijs terug als bij zijn vertrek. De vader vraagt hem opvolgenlijk den Latijnschen naam van verscheidene voorwerpen, welke de zoon vertaalt door het Vlaamsche woord met een Latijnschen uitgang, us, of um, of a. Zoo wordt de tafel tafela, de stoel stoelus, de stok stokkum, enz. Doch de vader, die zoo dom niet is `als zijn muts staat', vat den stok en geeft den zoon een geduchte rammeling, terwijl hij de gehoorde Latijnsche woorden op zijn beurt aanwendt.
Beschrijving
Een boer stuurt zijn zoon naar school om Latijn te leren. De jongen luiert er alleen maar. Hij geeft de Vlaamse woorden slechts Latijnse uitgangen. De vader heeft dit door en geeft zijn zoon een pak slaag met alle voorwerpen die bij die `Latijnse namen' horen.
Bron
Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore. 1 (1888) 254-255
Commentaar
1888
Naam Overig in Tekst
Latijn   
Vlaams   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
