Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE402

Een sprookje (boek), 2011

Hoofdtekst

Er was eens een klein meisje dat samen met haar vader en moeder aan de rand van een diep, donker bos woonde, Als ze naar buiten ging had ze altijd een rood kapje op haar hoofd, Daarom noemde iedereen haar Roodkapje.
Op een morgen riep Roodkapjes moeder haar bij zich en vroeg of ze een mandje met wat soep en koekjes naar haar zieke grootmoeder wilde brengen, grootmoeder woonde iets verderop in het diepe, donkere bos.
"Denk erom”, zei moeder, "je mag echt niet van het pad afdwalen, want dan kom je op het terrein van de grote boze Wolf!" Roodkapje had al vaak over de grote, gruwelijk boze Wolf gehoord, maar eigenlijk geloofde ze niet echt in hem. Ze had hem namelijk nog nooit gezien, Maar ze knikte braaf, ging het mandje aan haar arm en huppelde het slingerpad op dat naar het huisje van haar grootmoeder leidde.
Ze zong: "Ik ben niet bang voor de boze Wolf, ben niet bang, ben niet bang, Ik ben niet bang voor de boze Wolf, ben niet bang.”
En hoewel ze niet echt in de boze Wolf geloofde, ging ze toch iets zachter zingen toen ze tussen de hoge bomen liep, Het was er ook zo stil! Ze hoorde alleen het ruisen van de takken en de bladeren boven haar.
Naast het pad zag ze mooie rode bloempjes staan, 'Weet je wat', dacht Roodkapje bij zichzelf, 'ik pluk ook een paar bloemetjes voor grootmoeder, daar wordt ze vast vrolijk van!’ Dus ging Roodkapje van het pad af. Het was maar een klein stukje, Even verderop stonden nog wat gele bloemetjes en weer verder stonden blauwe bloempjes, 'Het wordt een prachtig boeket voor grootmoeder', dacht Roodkapje blij,
Maar oh, oh ..., Even later keek Roodkapje om zich heen: het slingerpad was in geen velden of wegen meer te bekennen! Roodkapje kreeg het wel een beetje warm. Ze liep een eindje terug, maar het pad zag ze niet. Ze werd bang: de bomen leken nog hoger en het bos nog stiller. Hoorde ze daar geen gekraak en gehijg? Plotseling stond ze oog in oog met de gruwelijk boze Wolf!
"Wat zie jij bleek, ben je ergens van geschrokken?” gromde de grote boze Wolf, terwijl hij zijn lippen aflikte. Roodkapje slikte, "Ja, eh ... nou, ik ben de weg kwijt, meneer…” “Wolf is de naam. Gruwelijk Boze Wolf.”
"Weet u misschien waar het pad loopt, meneer Gruwelijk Boze Wolf?” vroeg Roodkapje met een dun stemmetje. De Wolf begon schamper te lachen, "Ja, haha, dat weet ik wel, hoor. Maar vertel me eerst eens waarom je zo van het pad bent afgedwaald!" "Mijn grootmoeder is ziek en ik moest van moeder koekjes en soep brengen. Toen zag ik mooie bloemen staan en ik dacht dat grootmoeder die wel zou willen hebben…” De grote boze Wolf keek sluw uit zijn gele ogen en vroeg; "Zeg eens, waar woont die grootmoeder van jou eigenlijk?“ "In het kleine huisje in het bos, waar het slingerpad uitkomt”, antwoordde Roodkapje. "Aha, maar moet je dan niet een beetje opschieten met je lekkere mandje en je bloemen?. Ik kan me zo voorstellen dat je grootmoeder niet de hele dag heeft om op je te wachten, of wel soms?” vroeg de Wolf. Roodkapje knikte en toen deed de grote boze Wolf iets geks: hij wees haar het pad en verdween tussen de struiken!
"Oef”, zuchtte Roodkapje, "Die Gruwelijk Boze Wolf bestaat dus echt! Maar gelukkig is hij niet zo gruwelijk en boos als iedereen denkt, want hij heeft me de weg gewezen en me niet opgegeten,” Ze liep gauw in de richting van het huisje van haar grootmoeder.
Maar de Wolf was helemaal niet zo aardig als Roodkapje wel dacht! Want terwijl zij met kleine pasjes over het slingerpad in de richting van haar grootmoeders huis liep, rende de Wolf met grote, gruwelijk boze wolvensprongen dwars door het bos in één rechte lijn naar hetzelfde huisje. Veel eerder dan Roodkapje kwam de Wolf aan bij de open plek in het bos. Hij snuffelde aan de voordeur en klopte aan. Grootmoeder riep vanuit haar bed: "Wie is daar?” De Gruwelijk Boze Wolf schraapte zijn keel en zei met zijn liefste meisjesstemmetje: "Ik ben het, grootmoeder, Roodkapje. Ik heb soep en koekjes voor u meegebracht.” Grootmoeder antwoordde; "Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open, lieverd!" De Wolf trok aan het touwtje en sprong naar binnen. Daar trof hij Roodkapjes grootmoeder in haar bed aan. Nog voor ze iets had kunnen zeggen, slokte de Wolf haar met één gruwelijk grote hap op. "Zo, dat was een beetje taai, maar toch best smakelijk. Nu kan ik rustig op mijn toetje wachten.” Met zijn gele ogen keek de Wolf rond en hij bedacht een plannetje. Dat kon je zien aan zijn staart, want die begon te kwispelen van plezier. Hij pakte een lang, wit nachthemd van grootmoeder uit de kast en trok het aan. Vervolgens kroop hij in grootmoeders bed. Daar ging hij liggen wachten op Roodkapje.
Hij hoefde niet lang te wachten, Daar kwam Roodkapje al, Ze trok aan het touwtje van de voordeur en kwam binnen. Ze riep zachtjes; “Grootmoeder", maar omdat, ze niets hoorde, dacht ze dat haar grootmoeder even lag te slapen. Ze zette de bloemetjes in een vaasje, deed de koekjes in de trommel en zette de soep in een pannetje op het fornuis. Toen de soep warm was, schonk ze hem in, zette die op een dienblad en nam alles mee naar de slaapkamer van haar grootmoeder. Voorzichtig duwde ze de deur van de slaapkamer open. Het rook er vreemd, maar dat, kwam vast door gootmoeders ziekte. Het was donker in de kamer, maar ze kon duidelijk zien dat grootmoeder in bed lag. Maar wat zag grootmoeder er raar uit! Roodkapje kwam wat dichterbij en vroeg: “Gootmoeder?” "Dag, mijn kindje", zei grootmoeder met een krakende stem. Roodkapje schrok. ‘Zo klinkt grootmoeder helemaal niet!' dacht ze bij zichzelf, Ze vroeg: “Grootmoeder, wat, is er met uw stem?” De grote boze Wolf schraapte zijn keel en probeerde zo zacht mogelijk te praten. "Ik heb een beetje keelpijn, liefje.” "Maar grootmoeder, wat hebt, u grote oren!" "Dat is om ie beter te kunnen horen.” "Ja, maar… grootmoeder, wat hebt u een gele ogen!" “Dat is om je beter te kunnen zien, meisje mijn.” “Grootmoeder, u moet wel heel ziek zijn, want u stinkt een beetje uit uw mond en u hebt ook zulke grote tanden…” "DAT IS OM JE BETER TE KUNNEN OPETEN!" bulderde de Wolf en hij sprong uit, bed en slokte Roodkapje in één gruwelijk, grote hap naar binnen.
De Wolf was bijzonder tevreden dat, zijn plannetje zo goed gelukt was. Maar hij was nu wel erg moe. Hij sleepte zich met zijn dikke buik naar de woonkamer en ging daar lekker op de bank liggen.
De Wolf was nog maar net in slaap toen er nog iemand het slingerpad kwam afgelopen. Het was de boswachter. Hij liep elke dag even langs het huis van grootmoeder voor een kopje koffie en een babbeltje. Nog voordat hij bij grootmoeders voordeur kwam, hoorde hij luid gesnurk uit haar huisje komen. Hij wist meteen wat dit lawaai betekende: de Wolf! Snel trok de boswachter aan het touwtje en rende naar binnen. In de woonkamer zag hij de grote, gruwelijk boze Wolf met een dikke buik op de bank liggen. De boswachter pakte een schaar en knipte bliksemsnel de buik van de Wolf open. Net op tijd! Grootmoeder en Roodkapje sprongen tevoorschijn.
Ze renden naar buiten en verzamelden daar zand, grind en stenen en stopten alles in de buik van de Wolf, die nog altijd sliep. Behendig haalde grootmoeder de buik weer dicht en toen verstopten ze zich buiten in de struiken. De Wolf werd langzaam wakker, rekte zich uit en krabde zich op zijn buik. Hij probeerde van de bank te springen, maar belandde met een onelegante plof op de vloer. “Jeminee zeg, die twee dames liggen me toch wel erg zwaar op de maag”, gromde de Wolf. "En ik heb ook zo'n dorst!" Met een droge tong en een zware buik strompelde de Wolf naar buiten. Naast het huisje stond een oude waterput met heerlijk, koel water. De Wolf leunde over de rand van de put om eruit te drinken. Hij boog nog iets verder. De stenen in zijn maag begonnen te rollen en toen … kukelde hij zomaar over de rand van de put, waarna hij met een plons in het water verdween.
De Gruwelijk Boze Wolf is sindsdien nooit meer gezien in het donkere bos. En de boswachter, grootmoeder, Roodkapje en haar vader en moeder vierden feest en leefden nog lang en gelukkig.

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Ondanks haar belofte aan moeder om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven, plukt Roodkapje bloemen buiten het pad. Ze komt de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf is als eerste bij grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Als Roodkapje aanklopt doet de wolf de stem van grootmoeder na, Roodkapje komt binnen en verbaast zich over de ogen, oren, mond en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De wolf snurkt in zijn slaap zo hard dat een boswachter gaat kijken, de wolf met een dikke buik ziet en met een schaar de buik openknipt, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Ze vullen de buik met stenen en naaien de buik dicht. Na ontwaken gaat de wolf uit de waterput drinken, buigt zich voorover en valt in de waterput.

Bron

Jasmijn Snoijink. Roodkapje en de grote boze wolf. Heemstede: Big Balloon, 2011
KB: 4290642
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

K1832 - Disguise by changing voice.    K1832 - Disguise by changing voice.   

Commentaar

Ills Sjoerd Kaandorp

Naam Overig in Tekst

Gruwelijk Boze Wolf    Gruwelijk Boze Wolf   

Roodkapje    Roodkapje   

Wolf    Wolf   

Datum Invoer

2019-05-23