(a) Japik Ingberts, (a1) Jan Kok, een type uit Franeker, (b) zegt tegen de rechter, (b1) burgemeester: (c) "Ik ben zo gek niet, (c1) niet zo'n schelm, als de heren...menen."
(a) Een dronken man, (a1) boer, (a2) kerkeraadslid, valt op een nacht op het kerkhof in een open graf. (b) Later vindt iemand, (b1) een andere dronken man, (b2) collega, hem daar, (c) "Ik ben zo koud!" jammert de man in het graf. "Geen wonder, ze…
Iemand krijgt voedsel aangeboden (soep, pannenkoek e.d.), maar antwoordt (iets als): "Ik neem hem zoals 'ie valt". Persoon wacht af of de druppel aan de neus van de aanbieder in of naast het voedsel valt. De druppel valt ernaast en de persoon…
(a) Een boer, (a1) man, (b) heeft een kwestie met een andere boer, (b1) iemand anders, (c) om een koe, (c1) hond, (c2) stuk land, (c3) grensscheiding, (c4) het recht van doorgang, (c5) een hek. (d) Hij zoekt zijn recht bij een advocaat, (e) maar deze…
(a) Een jongen, (a1) man, (a2) stroper, (a3) boer, (a4) onderling, (a5) dominee, (a6) 2 jongens, zit(ten) in de kerk (b) met onder de jas gestopt een dode eend, (b1) haas, (b2) 2 dode eenden, (b3) elk met een levende eend, die hij (zij) voor de…
Een dominee heeft een onkerkelijke visser overgehaald een keer een dienst van hem bij te wonen, maar als deze bovengenoemd tekstwoord hoort loopt hij verontwaardigd de kerk uit met de woorden: "Dat lieg je, je vader had maar een huis met één kamer en…
(a) Een zekere Johannes fietst op een zondagavond over een met hoge bomen omzoomde weg naar zijn meisje, (a1) een bruiloft. (b) Drie, (b1) een aantal, (c) jongens uit haar woonplaats, (c1) vrienden van hem, hebben zich op regelmatige afstand van…
(a) Een man, (a1) jongen, (a2) student, (b) vraagt in een eetgelegenheid (herberg, koffiehuis) of hij daar kan eten, "voor zijn geld", (b1) iets kan "krijgen", (b2) krijgt hier iets van de herbergier aangeboden. (c) Het antwoord is ja en hij neemt…
(a) Een Jood, (a1) burgemeester, (a2) dominee, (b) nodigt voor een diner bij hem uit zijn gemeente-, (b1) kerkeraad, (b2) een andere Jood, (c) die hem altijd bespot omdat hij geen kinderen heeft, (d) met vrouw, (e) en kinderen, (f) als ze kunnen.…
This is the answer a proud farmer tolling on rich soil, gives to the traveler's (God's) greeting, »God bless you». The only crops he succeeds with grow up where the traveler has left his footmarks. The farmer of the poor soil, because he put his…
(a) Een rijke boer vertrouwt op mest en bespot een voorbijganger die zegt: "Met Gods zegen kun je een goede oogst verwachten", (a1) zijn arme buurman die op God vertrouwt en naar de bidstond voor het gewas gaat. (b) Zijn oogst mislukt doordat hij de…
(a) Twee soldaten zijn hun geslachtsdelen kwijtgeraakt. (b) Een van hen wordt knecht bij een boer maar deze stuurt hem met een hengst weer weg als blijkt dat hij niet met diens dochter kan trouwen. (c) Hij (een van hen) geeft een fee brood, (c1)…
The princess must answer all questions by »No». By clever framing of his question the hero wins her to his desires. (= 853 IV b, c). [K1331]. - *Types 851, 853;
(a) Een ritmeester, (a1) majoor, (b) staat een soldaat, (b1) knecht, toe een nacht bij zijn dochter te slapen, (c) in ruil voor het beheren van zijn paard, (c1) hiermee een wens van de soldaat vervullend [D1761.0.2.2]. (d) Hij draagt zijn, (d1) een…
Jongetje accepteert zwijggeld als hij een man bij een prostituée vandaan ziet komen: "Ik weet waar jij vandaan komt". Volgt de man: "Nu weet ik ook waar je woont." De jongen moet gaan biechten. Zodra hij de pastoor ziet, zegt hij: "Nu weet ik ook…