Iemand die in een zeer schoon huis komt spuugt de gastheer in het gezicht. Als men hem vraagt waarom antwoordt hij dat hij geen vuilere plaats in het hele huis kon vinden.
Een van de Kozakken, die bij Rijsbergen hun kamp op hebben geslagen, gaat naar een bakker en maakt daar met zijn vieze vingers indrukken in het verse brood. De bakker wil hem in de brandende oven gooien, maar wordt hiervan afgehouden door zijn vrouw…