Over een onverzorgde vrouw met ongeschikte kinderen werd gezegd: 'Ik geloof niet dat er een zuiverdere vrouw in de stad is dan zij, doordat zij zoveel (zedelijk) vuil kwijt geraakt is.'
Maandag, tiende kapittel. Als een meisje van goede gewoonten vaak gekookte melk drinkt, dan overkomen haar later onplezierige dingen zoals regen op de bruiloft.
Een boer vindt zijn zoon niet geschikt voor het boerenvak en laat hem een vak leren. De zoon wordt kleermaker en gaat een paar jaar weg. Als hij terugkomt, gedraagt hij zich zeer verwaand.
Een boerenzoon is niet geschikt voor het vak en wordt kleermaker. Na een aantal jaar ontmoet hij een meisje en schept erg over zichzelf op. Hij wil met haar trouwen, maar zij niet met hem.