Een vloeker wordt bezocht door de nachtmerrie (kat), maar de heks vlucht als de man de naam van God uitspreekt. In het gevecht heeft de heks een buil opgelopen. De volgende ochtend heeft een vrouw een buil.
Zegsman beschrijft hoe hij wakker wordt doordat er iets op hem lijkt te zitten, dat naar boven komt, als hij probeert het te pakken wegsmelt, wegtrekt naar beneden, hij een sprong hoort, en alles gewoon is. Hij ziet de dekens opgerold liggen, en de…