Hoofdtekst
1. Zijn U verhalen bekend over mensen, die de duivel gezien hebben of omgang met hem hebben gehad (met hem gedanst hebben, met hem kaart hebben gespeeld), of kent U andere verhalen, waarin de duivel een rol speelt?
Gelieve elk verhaal te noteren op een afzonderlijk blad papier en in elk verhaal duidelijk aan te duiden hoe de duivel voorgesteld wordt (met bokshorens, bokspoten, paardenhoeven, sik, staart enz.).
Bijlage
Er woonde eens omstreeks 1848-'50 een boer op de Rosert. (gemeente Goirle heel oud bos waar in vroeger eeuwen boerderijen gestaan moeten hebben) Hij had drie meisjes. In de buurt woonde een vrouw door den duivel bezeten. Deze vrouw gaf eens aan een van de kinderen een appel, de volgende dag was het kind dood. De vader kreeg achterdocht, ging naar het dorp, raadpleegde de Pastoor. België [tussengevoegd] Deze verwees hem naar de Tongerloosche Heren. (Dit is een abdij bewoond door de Heren van Premonstreit, (priesters/ ofwel genoemd de Witheren (om hun wit habijt) Hij toog erheen, te paard, 5 dagen heen en neer. Onderweg ontmoette hij veel obstakels o.a. overal branden en vuur, en weer elders een breed water waar hij om heen moest. Aangekomen in Tongerloo liet een priester hem in een spiegel kijken. De Boer nu had nog nooit een spiegel gezien. De priester wees en zei: "Dàt is ze" en ze zagen beide de beeltenis van de vrouw in de spiegel. Daarop voorspelde hij: "Als je thuis komt zal ook uw tweede kind sterven. Een teken zal zijn, zware donderslag op de deur. Het derde kind zal behouden blijven en kloosterzuster worden. Hetwelk ook is geschied. Later is de man met vrouw en kind van Rosert vertrokken en in Goirle gaan wonen, en krankzinnig geworden. "Hij wier zot van de ellende" zei de boer. De verteller weet van zijn ooms, dat de boer geboeid liep vanwege zijn zotheid. Hij weet ook nog dat zijn moeder de toen reeds oude man ging bezoeken in Oisterwijk. Ze was in een contemplatieve orde, haar naam was Zuster Bonaventura.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek   
Beschrijving
Bron
Motief
G263.4 - Witch causes sickness.   
N846.2 - Priest as helper.   
D1825.1 - Second sight.   
Commentaar
Wederom wendde ik mij tot Jef van Gils met de vraag of hij zijn licht eens wilde laten schijnen over deze sage. En opnieuw blijkt maar weer eens , dat je nooit tevergeefs op zijn reusachtige kennis een beroep doet. Zijn zeer uitvoerige commentaar volgt hieronder.
“Ik heb heel wat gevonden dat betrekking heeft op het volksverhaal. Volgens de archiefbronnen gebeurde er het volgende:
Te Goirle trouwt op 16 april 1780 landbouwer Adriaan van Hest, gedoopt te Tilburg op 1 januari 1753, met Catharina van Dun, gedoopt te Goirle op 12 augustus 1754. Het paar krijgt in 1786 een borgbrief om zich met hun zoontje Cornelis te vestigen in Hilvarenbeek. Daar komen zij als pachter terecht in de Pannenhoef op Gorp en later in de Grote Hoef, die Adriaan pacht van de Antwerpse grootgrondbezitter ridder De Bosschaert de Bouwel. Op deze boerderij is Catharina van Dun op 8 september 1815 overleden. Adriaan van Hest verwekte bij haar drie kinderen:
1. Cornelis (Kees), gedoopt te Goirle op 12 november 1783. Op hem kom ik later terug.
2. Joanna, gedoopt te Hilvarenbeek op 29 januari 1788 en aldaar begraven op 1 februari 1788.
3. Adriaan, gedoopt te Hilvarenbeek op 30 oktober 1790. Hij is later landbouwer van beroep en woont als volwassen man met zijn gezin in Alphen.
De bovengenoemde Kees van Hest, gedoopt op 12 november 1783, trouwt te Hilvarenbeek op 19 november 1809 met Johanna Schellekens, gedoopt te Gilze op 11 maart 1786 als dochter van Jan Schellekens en Adriana Johanna van den Bleeck. Kees is landbouwer en gaat met zijn bruid wonen bij zijn ouders in Grote Hoef op Gorp. Rond 1820, zijn vader is inmiddels weduwnaar, verhuist Kees met zijn gezin en vader naar Goirle, waar vader en zoon voor 2.000 gulden een boerderij kochten aan het Dorp nr. 104 (huidige Dorpsstraat/hoek Kloosterstraat). De verkopers zijn de kinderen van Cornelis Brouwers en Catharina Verpannen. In 1829 verkoopt vader Adriaan van Hest zijn onverdeelde helft in deze boerderij aan zoon Kees. Adriaan van Hest sr. is in deze boerderij overleden op 21 december 1833. Vanaf 1848 komen in de hoeve van Kees van Hest op zondag een aantal jongens bij elkaar om, onder leiding van Thomas van Diessen, een uur door te brengen in gebed. afgewisseld met geestelijke lezingen en gezang.
De vrouw van Kees, Jans Schellekens, is er overleden op 30 november 1852.
Zij en Kees van Hest kregen drie kinderen en hier begint ook het volksverhaal. Deze kinderen zijn:
1. Jeanne Marie geboren te Hilvarenbeek op 22 april 1811 en aldaar overleden op 17 september 1814.
2. Jeanne Catharine (Anna Catharina), geboren te Hilvarenbeek op 30 december 1813. Zij volgt onder.
3. Adriana Maria, geboren te Hilvarenbeek op 1 augustus 1818 en overleden te Goirle op 20 juli 1822.
Na het overlijden van zijn vrouw maakt Kees van Hest - vroeger landbouwer, thans zonder beroep - een testament voor notaris Frencken te Hilvarenbeek (1860) en twee jaar later een nieuw testament voor een Tilburgse notaris. Hieruit en ook uit de eerdere akten blijkt dat Kees analfabeet was. Datzelfde jaar (1862) blijkt Kees aan krankzinnigheid te lijden. Volgens burgemeester Van Gorp wordt hij gevaarlijk gek en is overbrenging naar een gesticht in Den Bosch onvermijdelijk. Blijkbaar geneest hij, want op 27 juni 1865 maakt hij ten overstaan van notaris Van den Heuvel zijn derde testament waarin hij al zijn onroerende goederen vermaakt aan zijn 'behuwdneef' Peter Schellekens tegen een inbreng van 8.000 gulden. Tot erfgenamen van dit geldbedrag en zijn resterende roerende en onroerende goederen benoemt hij zijn voornoemde 'behuwdneef' Peter Schellekens, zoon van Hendrik Schellekens en Anna Maria Vromans, én notaris Adriaan Johannes Verschure uit Tilburg. De notaris vermeldt in zijn akte echter dat Kees het erfdeel van zijn dochter Anna Catharina van Hest, de gerechte helft van de nalatenschap, niet teniet kan doen. Kees van Hest is op 31 mei 1869 te Goirle overleden. Neef Peter Schellekens neemt dan zijn boerderij aan de Dorpsstraat in bezit, maar woont waarschijnlijk al langer bij Kees in huis. Het duurt tot 1874 voordat er een boedelscheiding volgt. Mede-erfgenaam notaris Verschure is inmiddels overleden. De dochter van Kees, Anna Catharina van Hest, erkent niet alleen de rechten van Peer Schellekens, maar doet zelfs afstand van haar helft ten gunste van Peer.
Dan nu dochter Anna Catharina van Hest, geboren te Hilvarenbeek op 30december 1813. Zij treedt in bij zusters franciscanessen van Oirschot, officieel bekend als de penitenten recollectinen van de orde van de heilige Franciscus. Een beetje een vreemde congregatie, gesticht te Weert door moeder Johanna. De nonnen leven een contemplatief leven als slotnon, maar treden daarnaast naar buiten voor het geven van onderwijs aan meisjes. Anna Catharina wordt geprofest in deze congregatie in het klooster te Oisterwijk (Catharinaberg) op 6 december 1855 en krijgt de kloosternaam Maria Bonaventura van de Goddelijke barmhartigheid. In de bevolkingsregisters van Oisterwijk staat zij vermeld als 'wonende in het nonnenklooster' en lid van 'het Zedelijk Lichaam Vereeniging van Vrouwen'. Ook zij wordt echter krankzinnig. Op 12 september1881 is zij opgenomen in het 'krankzinnigengesticht no. 12' te 's-Hertogenbosch. In 1881 doen Martinus van Rooij, portier van het krankzinnigengesticht van de Godshuizen Renier van Arkel op het Hinthamereinde, en de knecht Henricus van Deurzen, aangifte van het overlijden van Anna Catharina van Hest in dit gesticht op 28 november 1881.
Wat klopt er nu met het volksverhaal? Kees woonde inderdaad in Hilvarenbeek, maar veel vroeger dan de jaren 1848-1850 genoemd in het verhaal, en niet op Rovert maar op Gorp. Dat de pastoor Kees doorverwees naar Tongerlo kan waar zijn. Bronnen uit het 'Seminarie voor Volkskunde van de K.U.' te Leuven vermelden dat er paters in de abdij woonden waar de bevolking raad ging vragen in gevallen van hekserij etc. Zo zou er pater wonen die het kunstje kende om heksen te laten verdwijnen. Hij gaf de mensen een 'heiligdommetje' mee dat zij thuis onder de drempel moesten begraven, zodat de heks niet meer binnen kon komen. Het is dus mogelijk dat de ongeletterde en waarschijnlijk ook zeer bijgelovige Kees zijn heil gezocht heeft bij de paters van Tongerlo, die in onze streek niet onbekend waren; de pastoors van Alphen, Poppel, Diessen, Tilburg enz. waren Norbertijnen van Tongerlo. Dit kan gebeurd zijn na het overlijden van zijn oudste dochter in 1814, maar de paters woonden toen verspreid over diverse parochies etc. omdat hun abdij door de Fransen geconfisqueerd en verkocht was. Op zijn zoektocht naar de paters kan hij inderdaad vuur en branden op zijn weg gevonden hebben, want in 1814 zien we voortdurende troepenverplaatsingen van Pruisen, Kozakken, Fransen, enz.
Daar staat tegenover dat er weliswaar nóg een kind zou sterven, maar pas in 1822, terwijl niet het derde, maar het tweede kind in het klooster zou treden. Dan klopt weer wel, dat Van Hest in Goirle is gaan wonen en krankzinnig is geworden. Volgens de burgemeester zelfs gevaarlijk gek zodat het voor de hand ligt dat hij, zoals in het volksverhaal, 'geboeid liep vanwege zijn zotheid'. Hij is echter niet naar Oisterwijk gebracht, maar naar Den Bosch. Dan klopt weer wel dat zijn dochter non was in een contemplatieve orde (= congregatie) in Oisterwijk. Het is wel tragisch dat haar vader blijkbaar genas, maar zij wel als krankzinnige en het Renier van Arkelgesticht zou sterven.”
We kunnen nu ook vaststellen, dat de beide sagen elkaar raken bij de boerderij aan de Dorpsstraat, de boerderij van Van Hest, die nadien eigendom werd van Peer Schellekens. (email 21 december 2016)
Naam Overig in Tekst
Heren van Premonstreit   
Witheren   
Tongerloose Heren   
Norbertijnen   
Heren van Prémontré   
Naam Locatie in Tekst
Goirle   
Tongerloo   
België   
Oisterwijk   
Rovert   
Rosert   
Plaats van Handelen
Goirle   
Kloekenummer in tekst
K184p   
