Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ZEEUW142 - Heksen herkennen.

Een sage (boek), 1922 - 1931

Hoofdtekst

Heksen herkennen.

\'t Gebeurde in Ierseke, omstreeks 1890, en de beheksten waren de beide meisjes S.
Het was begonnen met de oudste, terwijl bij de jongste weldra dezelfde verschijnselen voorkwamen. Bij die is 't nooit zoo erg geweest, want zij had het van een zwarte kunstenaar, een tuinman, die zich wreekte, omdat ze niet met hem gaan wilde.
De oudste echter was betooverd door de buurvrouw, Jewantje van der Kuil, een beruchte heks, de laatste in het dorp, die door jong en oud voor tooveres werd aangezien.
Een kopje koffie bij Jewantje thuis was de oorzaak van alles. Zeker, liefst zou ze geweigerd hebben aan die fleemende uitnoodiging gehoor te geven, maar ze was nog banger om het te laten dan om het te doen. Wanneer de heks 't op haar voorzien had, was toch geen ontkomen mogelijk.
Reeds den volgenden morgen bleek dat ze betooverd was, ze wilde naar Amerika, waarheen er toen zooveel gingen, pakte haar kleeren in een bundeltje, en ging bij iedereen afscheid nemen. Dat was het begin van een driejarig lijden. Het spreekt vanzelf dat verschillende dokters werden geraadpleegd. Van betoovering wilden ze niets weten, maar verbetering in den "distelaten" toestand konden ze niet brengen.
Arjaen Bergers was een andere meening toegedaan. Hoewel hij wars was van wereldsche wijsheid, zag hij dadelijk dat de kwade hand in het spel was.
Hij zou redding brengen, omdat hij begreep wat er gebeurd was, en 't middel tegen de tooverij kende.
In Rotterdam wist hij een ventje te wonen, dat op zijn best lezen en schrijven kon, maar ver buiten de stad bekend stond als een geducht heksenbanner. Die zou hij het geval uitleggen, en dan zouden ze baat vinden, daar sprak hij voor. Die man was tevens "piskijker". Daarom moest men hem het water van na middernacht brengen.
Het kostte heel wat moeite om dat water te krijgen, want vanaf het uur dat besloten was de hulp van den meester in te roepen, leek 't wel of het oudste meisje steeds woester werd. Een goed voorteeken, volgens Bergers, daar de heks nu lont rook en vreesde overtroefd te worden. Enfin, na vele "torrementen" gelukte het eindelijk en Arjaen aanvaardde de reis naar Rotterdam met het water.
De heks liet hem van 't eerste oogenblik af niet met rust; ondanks het feit dat hij zeer vroeg vertrok — daar hij als man van ervaring wist, waarop hij be-dacht moest wezen — kwam hij nog te laat aan het station. Ze had hem te pakken: want de trein reed juist voorbij de balies van den overweg.
Bergers echter was niet de man om den kamp tegen de duistere machten zoo maar op te geven; hij trok naar Hansweert om per schip de reis voort te zetten. Ook op dien tocht liet de kwade hand niet af, wat zonneklaar bleek toen de schuit 't al dadelijk met een ducdalf te kwaad kreeg.
De kapitein, een ervaren schipper, was er bijster verbaasd over, en uitte zijn verwondering in een vreeselijk gevloek, zòò dat 't Bergers door merg en been drong; ook al omdat hij zich als de aanleidende oorzaak voelde, en de geschiedenis van Jonas bij hem opkwam.
Het zou te ver voeren, alles wat er op dien reis gebeurde, in biezonderheden te vertellen, want daar over zou wel een dag en een nacht achter elkaar gepraat kunnen worden, genoeg, te weten, dat Bergers behouden aan wal stapte.
Dadelijk spoedde hij zich naar den heksenmeester, die, na de urine even bekeken te hebben, reeds wist te zeggen, waar 't haperde. Zijn diagnose luidde: "Zwaar betooverd", en hij zag dat de eene door een oude vrouw, de andere door een jonge man werd geplaagd.
Het verschil in sexe en leeftijd der kwade handen leverde voor de behandeling geen moeilijkheden op. Beide patienten moesten "nat goed" innemen, en zalf moest op 't voorhoofd worden gestreken.
In 't begin meende men beterschap te bespeuren, doch alras bleek 't, dat men zich vergist had en er werd dus naar andere hulp omgezien.
Nu, raad geen gebrek, elk was begaan met 't bittere lot dat deze menschen trof. Veel werd beproefd, o.a. werd op raad van een goed vriend, die meer van die dingen had beleefd een levende kip gekookt. Trouwens, wie had nooit van dat middel gehoord? Het moest een zwart gepluimde wezen, die in 't nachtelijk duister was gestolen. Jan Westrate nam op zich dien diefstal te plegen, wat gebeurde bij een vriend der familie. Het arme dier werden toen zooveel mogelijk naalden en spelden in borst en andere lichaamsdeelen gestoken; het leed vreeselijk, wat onze vertelster nog een huivering bezorgde, en een "'t is toch zonde" ontlokte.
Daarop werd de kip in een ijzeren ketel gestopt, en nadat het deksel door een smid goed gesloten was met een kruisband van plaatijzer, zonder bijvoeging van water op het vuur gezet, dat voor deze gelegenheid nog eens extra was opgepord. Het duurde slechts kort of de ketel sloeg met een knal aan stukken. De armzalige resten der ongelukkige kip vlogen door de kamer.
Die heele procedure had geen ander resultaat dan dat de betooverde zei, dat ze Jewantje over het huis had zien vliegen op een bezemstok, waaruit werd opgemaakt, dat ze door het sleutelgat was ontsnapt, wat door allen ten zeerste werd betreurd.
Intusschen bleef de toestand bij 't oude. Moedeloosheid wisselde af met opgewondenheid; aanhoudend praten met volkomen zwijgen. Soms was ze tamelijk volgzaam, maar dan kreeg ze opeens weer een vreeselijke driftbui, sloeg de ruiten in, scheurde de gordijnen stuk en trok zelfs de kachel omver, zoodat ze voortdurend moest worden bewaakt.
In dezen hachelijker toestand verscheen weer een reddende engel ten tooneele in den persoon van Stoffel Mulder, een eerzaam schipper, die terdege was toegerust met kennis omtrent die toestanden. Hij wist het uit eigen ervaring want hij was in zijn jeugd twee jaar in de macht van een heks geweest. Zoo een, dan kan die het weten, dus vatte men weer moed.
De eerste proef verliep uitstekend, twee sleutels in den vorm van een latijnsch kruis, gelegd op een opengeslagen bijbel was het middel om vast te stellen, wie de heks was. Tijdens die bezwering kwam ze dan ook voorbij het huis; op zichzelf niets bijzonders, daar ze buurvrouw was, maar onder deze omstandigheden werd er de gewenschte beteekenis aan gehecht.
Uit de groote Rottestad zou andermaal het licht opgaan, doch een moeilijkheid was dat de meester de patiënte moest zien. Mulder, de goedheid zelf, ging op reis en binnen twee dagen betrad meester Geelgoed de woning.
Twee dagen te voren, 't viel een ieder op, was een groote kalmte ingetreden en toen dit aan den meester werd verteld, zei hij dat "ze" de voordeur binnengekomen was, en dat hij haar nu door de achterdeur gebannen had. 't Viel ook niet te loochenen, dat meester Geelgoed, die eigenlijk zooiets als paardenmeester was, meer kon dan de anderen, de dokters incluis, want de zieke was uiterst kalm, ja, liet zelfs haar pols voelen, wat nog nimmer gebeurd was.
Andermaal bleek dat de reeds meerdere malen gestelde diagnose de juiste was: alleen de behandeling was niet "precies" geweest. Thans was het voorschrift "rust en slikken en strijken"; de kwade hand zal wel gauw aflaten, zei de meester. 't Bleek waar te wezen; van lieverlee werd ze beter en... wat wel het overtuigendste bewijs voor 's meesters kunst was, Jewantje overleed eenige dagen later.
Meester roemde er zich niet op de macht te bezitten om de heksen te doen sterven, doch zij waren in elk geval verlost en 't heele dorp was blij.
Bij een der volgende bezoeken van den meester vroeg vader S. of zijn dochter werkelijk behekst was geweest, waarop Geelgoed, de hoofdkussens opensneed, en er kunstig samengestelde rozen en een bloemen krans uithaalde — nu heelemaal verdord en verlept, door zijn toedoen. Geen twijfel mogelijk.
Trouwens velen in het dorp hadden gezien hoe Jewantje in het holle van den nacht bij den muur van het bezochte huis stond en er geheimzinnige armbewegingen tegen maakte.

Op de vraag van den vader aan den heksenbanner of "de kunst" ook te leeren viel, of dat je er mee geboren werd, als met den helm, antwoordde die, dat 't geleerd kon worden. Tegelijk greep hij de linkerhand van den vrager en trachtte die onder zijn hart te brengen, maar dat werd hem belet. Want zulke menschen hebben een heel ongelukkig leven en het ziet er aan gene zijde van het graf verschrikkelijk voor hen uit. Liever waren ze dan ook niet met een duivelbanner in aanraking gekomen, maar, wat doe je al niet, als 't je kinderen zijn!

Onderwerp

TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek    TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek   

Beschrijving

Een meisje is betoverd door de heks Jewantje en de dokters weten geen raad, maar iemand kent een heksenbanner tevens piskijker en gaat met pis naar Rotterdam met veel moeite, maar de diagnose is zo gesteld: zwaar betoverd, maar het gegeven medicijn baat niet. Dan wordt een zwarte kip gekookt, maar de ketel knalt uit elkaar. Dan wordt de sleutelproef gedaan, Jewantje aangewezen en meester Geelgoed ontboden, die door strijken de kwade hand weet af te wenden. Jewantje overlijdt na enige dagen en het meisje geneest. Dan wordt uit haar kussen een bloemenkrans gehaald.

Bron

J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek, Zutphen 1933, p. 126-131

Commentaar

voor 1932
Heks maakt kind (mens) ziek + TM 3109: Heksenkrans in kussen
G. D. van Oosten, in: Eigen Volk IV, 190-191

Naam Overig in Tekst

S.    S.   

Jewantje van der Kuil    Jewantje van der Kuil   

Arjaen Bergers    Arjaen Bergers   

Jonas    Jonas   

Jan Westrate    Jan Westrate   

Stoffel Mulder    Stoffel Mulder   

Rottestad    Rottestad   

Geelgoed    Geelgoed   

Naam Locatie in Tekst

Ierseke    Ierseke   

Rotterdam    Rotterdam   

Amerika    Amerika   

Hansweert    Hansweert   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20