Hoofdtekst
Wat sleept een staertster al ellenden
En jammer na!
Als Goden zulk een voorbo zenden
Dan dient men dra
Deez' springkaer naer te speuren,
Te mercken uit
Wat bron het spruit
Dat vleck en volck zal treuren.
J.v.d. Vondel "De Leeuwendalers"
Anno 1066 in April ging keizer Hendrik IV naar Utrecht om het paaschfeest te vieren. Toen verscheen daar een verschrikkelijke komeet, wel veertien dagen lang. Kort nadien, in de maand Mei, werd de keizer doodziek; hij lag ter neer te Fitzlar in Hessen en de artsen hadden hem al opgegeven. Deze staartster was de komeet Halley, wier verschijning vermeld wordt in alle kronieken die handelen over den slag bij Hastings (1066). Op het vermaarde tapijt van Bayeux ziet men o.a. koning Harold, den tegenstander van Willem de Veroveraar op zijn troon zitten, terwijl uit zijn blik groote ontsteltenis spreekt. Boven het paleis ziet men de komeet, waarnaar het volk in de stad met angst wijst. Bij de staartster zijn de volgende woorden in het tapijt geweven: Istimirant(ur) stella(m), d.w.z. "zij daarginds zien met verbazing naar de ster."
Onderwerp
SINSAG 0487 - Vorbedeutung anderer Ereignisse.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
J.v.d. Vondel   
Hendrik IV   
Fitzlar   
Halley   
Harold   
Willem de Veroveraar   
Naam Locatie in Tekst
Utrecht   
Hessen   
Hastings   
Bayeux   
