Hoofdtekst
Om zich niet te verslapen en tijdig gereed te zijn voor de Kerstmis, gaan sommige menschen wel in 't geheel niet naar bed. Al pratende en keuvelende, wordt, onder 't rooken van eene pijp bij de brommende kachel, de koude winternacht gezellIg gesleten, tot de klokketonen waarschuwen, dat de tijd daar is om zich ter kerke te begeven. Dit 'blijven' of 'doorhaauwe' is om vele redenen hoogst afkeurenswaardig, als 't in herbergen gebeurt, wat trouwens maar al te vaak plaats heeft. Een geval, 't moge velen tot afschrikkend voorbeeld dienen, had plaats te Zeelst met een drietal 'doorhaauwers' op Kerstnacht.
De ouden van dagen kunnen u tot staving der waarheid 'man en paard' noemen. Gezeten bij de warme kachel, viel hun 't wachten op den duur toch wat lang. Had men maar 'de vierde hand' gevonden, dan kon men een kaartje leggen tot de Kerstmis begon. En zie - als geroepen komt 'r een vreemdeling binnen en zet zich mede rond den haard. Kon 't beter treffen? En de vreemde zei ook, dat hij dolgraag kaartspeelde. Men ging aan den gang, en - hartstochtelijke spelers als 't waren - ze merkten niet eens dat de tijd zoo ras vervloog. Men dronk - men speelde. De torenklok had reeds gewaarschuwd met statig gebrom, dat 't tijd werd ... Nog ééns rondgeven ... En 'ns opstoppen ook ... 't Kan nog ... En de tijd snelde ongemerkt heen ... De klok slaat het vijfde uur in den morgen. De plechtige mis begint in de helder verlichte dorpskerk. In de warme, maar met walgelijken tabaksrook gevulde gelagkamer speelde 't viertal voort ... 't Was tijd- ja meer dan tijd ...
"t Kan nu toch niet meer helpen,’ zegt de vreemde, ‘de mis is half uit. Kom geef maar rond, er komen vandaag nog missen genoeg.'
De spelers voelden wel, dat ze verkeerd handelden, doch niemand was mans genoeg het vertrek te verlaten. Alleen de vreemde speelde rustig door en had allerhande kwinkslagen en spotternijen veil. Toch wilde 't spel niet vlotten. De hand beefde, die de kaarten hield. Daar valt 'ne kaart op den grond. De speler wiens kaart gevallen was, bukt onder de tafel, tast in 't duister op den vloer en vat - o schrik! - een ruigen paardepoot. De gedachte, dat 't de duivel in persoon is, die met hem op dIt verheven uur aan dé kaarttafel zit, wierp hem bewusteloos op den grond. De twee andere spelers zitten stijf en stom van schrik. En de vreemde? hij was spoorloos verdwenen. Een verstikkende zwavelreuk vervulde 't vertrek. Niemand van het drietal wist er later iets meer van, hoe hij was tehuis gekomen - maar nimmer meer namen ze 't kaartspel ter hand in den Kerstnacht.
Onderwerp
SINSAG 0904 - Der vierte Mann. Teufel als Kartenspieler erkannt am Bocksfuss (Pferdefuss).   
Beschrijving
Bron
Motief
G303.6.1.5 - Devil appears when cards are played.   
G303.6.2.14 - Devil appears to Sabbath breakers.   
G303.4.3.5.1   
G303.4.8.1 - Devil has sulphurous odor.   
Commentaar
TNG III: 71-72. Bewerking: Sinninghe 1933: 135-136 (no. 193),1964: 131-132 (locatie Oerle ipv Zeelst); vgl. Jansen 1978: 62-63, Sinninghe 1975: 9-10. S.S904.1; LS E211 Teufel erscheint unter Kartenspielem, es wird während der Kirchenzeit, in einer Feiertagsnacht gespielt. Vgl. ML 3015 The Cardplayers and the Devil.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Naam Overig in Tekst
Kerstmis   
Kerstnacht   
Naam Locatie in Tekst
Zeelst   
Plaats van Handelen
Zeelst (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L225p   
