Hoofdtekst
Affijn, in een groote Roomsche kerk deer heb je altijd een pastoor en een kapelaan, maar dat weet je ook wel, dus dat hoef ik je niet te vertellen.
Nou was er dan ers zoo een kerk en daar kwam iedere dag een man om te bidden. Wel drie maanden achter mekaar, en steevast eindigde hij daarmee, dat ie onzen lieven Heer vroeg of die zoo goed wou wezen om hem honderd gulden te geven, want honderd gulden most ie hebben, en zonder dat kon ie het niet stellen.
Dat hoorde de kapelaan zoo dikwijls, dat ie op lest teuge de pastoor zei: "Weet je wat we doen moste? We moste ders een grappie hewwe. Leete we morge ers, as ie gedaan met bidde heb, ƒ99 neerlegge. Je zelt zien, dat ie ze toch niet neemt, want hij wil pardoes ƒ100 hebben."
Eerst had pastoor daar niet veel zenie in, maar op lest liet ie zijn eigen toch overhalen.
Toe ie dus de volgende dag weer kwam en weer bidde, lagge zollie ƒ99 neer. De man telde het, maar lag het weer neer.
"Zie je wel?" zei de kapelaan tege pastoor.
Maar deze keer gong de man niet heen, maar gong nag er es bidde. Toe telde ie het hoopie nag er es, en lag het weer neer.
"Wat heb ik je ezeid?" zei de kappelaan.
Maar de man gong nag niet weg en bidde nag er es voor de derde keer. Toe nam ie het hoopie, lag het geld op rijtjes en telde weer. Weer kwam ie niet verder dan ƒ99.
"Affijn," zei die op lest, "het is wel een gulden te kort en het most eigenlijk ƒ100 weze, maar wij mensche hebbe zoo hoftig abuis: leet onze leve Heer zijn eigen dan ook er es verteld hebbe."
Metien streek ie het op en hij er vandeur.
Nou, je begrijpt wel dat pastoor en kapelaan lillijk op erlui neus keke, en as je ze ooit er es spreek, dan zel je wel merke, dat ze er nag het land over hebbe.
(D. Schuurman)
Nou was er dan ers zoo een kerk en daar kwam iedere dag een man om te bidden. Wel drie maanden achter mekaar, en steevast eindigde hij daarmee, dat ie onzen lieven Heer vroeg of die zoo goed wou wezen om hem honderd gulden te geven, want honderd gulden most ie hebben, en zonder dat kon ie het niet stellen.
Dat hoorde de kapelaan zoo dikwijls, dat ie op lest teuge de pastoor zei: "Weet je wat we doen moste? We moste ders een grappie hewwe. Leete we morge ers, as ie gedaan met bidde heb, ƒ99 neerlegge. Je zelt zien, dat ie ze toch niet neemt, want hij wil pardoes ƒ100 hebben."
Eerst had pastoor daar niet veel zenie in, maar op lest liet ie zijn eigen toch overhalen.
Toe ie dus de volgende dag weer kwam en weer bidde, lagge zollie ƒ99 neer. De man telde het, maar lag het weer neer.
"Zie je wel?" zei de kapelaan tege pastoor.
Maar deze keer gong de man niet heen, maar gong nag er es bidde. Toe telde ie het hoopie nag er es, en lag het weer neer.
"Wat heb ik je ezeid?" zei de kappelaan.
Maar de man gong nag niet weg en bidde nag er es voor de derde keer. Toe nam ie het hoopie, lag het geld op rijtjes en telde weer. Weer kwam ie niet verder dan ƒ99.
"Affijn," zei die op lest, "het is wel een gulden te kort en het most eigenlijk ƒ100 weze, maar wij mensche hebbe zoo hoftig abuis: leet onze leve Heer zijn eigen dan ook er es verteld hebbe."
Metien streek ie het op en hij er vandeur.
Nou, je begrijpt wel dat pastoor en kapelaan lillijk op erlui neus keke, en as je ze ooit er es spreek, dan zel je wel merke, dat ze er nag het land over hebbe.
(D. Schuurman)
Onderwerp
AT 1543 - Not One Penny Less   
ATU 1543 - Not One Penny Less.   
Beschrijving
Een man komt elke dag in de kerk bidden om precies 100 gulden. De kapelaan en de pastoor halen een grap uit door 99 gulden neer te leggen. De kapelaan is ervan overtuigd dat de man dit bedrag niet zal meenemen. Na het bidden telt de man het geld en legt het neer. Hij gaat niet weg, maar gaat nog een keer bidden, telt het geld en legt het weer neer. Hij bidt voor een derde keer, telt weer en zegt als het weer ƒ99 is, dat het wel een gulden te weinig is, maar dat mensen zich zo vaak vergissen dat God zich ook wel eens mag vertellen. Hij pakt het geld en verdwijnt, waarmee de kapelaan en de pastoor niet gelukkig zijn.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Motief
J1473.1 - The 999 gold pieces.   
Commentaar
[6 januari 1902] in brief van 25 april 1902
Not One Penny Less
Naam Overig in Tekst
Onze Lieve Heer   
God   
Roomsche   
Roomse   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
