Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VOLKS084 - De Hoepentoep

Een sprookje (tijdschriftartikel), 1889

Hoofdtekst

De Hoepentoep
Er was eens een rijke heer, die zeer gierig was, en die eenen zoon had. Die zoon lag op school. Hij had ook eenen knecht, die hem sedert vele jaren diende.
Als de zoon genoeg geleerd was en voor goed te huis bleef, zegde de heer tot zijnen knecht: "Pier, jongen, nu zal ik met mijnen zoon mijn werk wel kunnen gedaan krijgen. Gij moet u op een ander voorzien!"
De knecht zegde: "Mijnheer, de winter is bij de deur, en ik heb zes kleine kinderen; ge moest toch compassie met mij hebben, en mij laten werken."
"Hewel," zegde de heer, "ik zal u weer in dienst nemen, en ge zult gelijk zijn aan mijnen zoon, als ge mij 'nen hoepentoep kunt brengen; anders moogt ge niet meer terugkomen. Ziehier 10 fr. reisgeld; hiermee kunt ge vertrekken."
De knecht ging mistroostig weg en op zoek. Hij kwam aan eenen vijver, waar een oud vrouwken bezig was met water te scheppen.
"Man," zegde dat vrouwken tot Pier, "ik weet, waarachter dat ge zoekt! Gij zoekt 'nen hoepentoep. Welnu, vriend, dat bestaat niet, maar ziehier een stoksken en een doosken zalf. Als ge van die zalf ievers een weinig aanstrijkt, en met het stoksken slaat, zeggende: "erbarmt u, ontfermt u", dan zal, al wat gij aanraakt, er blijven vast aanhangen, tot gij zelf het weerom zult loslaten. Op die manier zult gij 'nen hoepentoep kunnen maken."
Pier nam zalf en stoksken aan, en ging verder. Tegen den avond kwam hij aan eene pachthoeve, waar hij ging vragen, om te vernachten. Ja, hij mocht op den hooischelf slapen. Toen hij naar zijn logist ging, moest hij de plaats voorbij, waardat de boer zijn waterpot stond.
Hij peisde in zijn eigen: "Ik zal hier eens een weinig zalf aan strijken; misschien kan ik reeds dezen nacht mijnen hoepentoep maken!"
Hij spiedde af, in welke kamer die pot gedragen werd, en 's nachts ging hij aan de venster luisteren, wat daar gebeurde. Om twee uren werd de boerin wakker. Zij stond op om te p[oep]en! Maar zoodra Pier hoorde, dat zij op den pot zat, sloeg hij met zijn stoksken, zeggende: "erbarmt u, ontfermt u!" en de pot hing vast aan de boerin haar g[at]! De boer springt op, en begint aan den pot te trekken, maar Pier slaat weer met zijn stoksken, zeggende: "erbarmt u, ontfermt u!" en de boer kon den pot niet meer loslaten. Alle twee begonnen zij nu te roepen op het meisen. Deze komt in allerhaast toegelopen in haar hemd, en begint aan haar meester te trekken, denkende dat hij den pot niet wilde loslaten! Maar Pier sloeg weer met zijn stoksken, zeggende: "erbarmt u, ontfermt u!" en de meid hing vast aan den boer. Op het gerucht, dat deze drij maakten, wordt de knecht wakker. Deze gaat zien, wat er omgaat.
"Wel gij sloor," zegt hij tot de meid, "laat mijnen meester los!" en hij wil ze er aftrekken.
Maar Pier slaat weer met zijn stoksken, en de knecht hangt aan de meid. 's Morgens, zeer vroeg, is de koejongen (koewachter) verwonderd, dat deuren en vensters gesloten blijven, en alvorens met zijne koeien naar de wei te gaan, wil hij weten, waarbij dit komt.
Als hij ziet, hoe de knecht de meid vast heeft, snauwt hij den knecht toe: "Wilde eens rap de meid loslaten?"
En daar deze niet haast is, kapt hij erop met zijne klets; maar Pier, die nog altijd op den loer staat, slaat nogmaals met zijn stoksken, en de koejongen hangt met zijn klets vast aan den knecht.
"Mijn hoepentoep is voltrokken" zei Pier!
Hij trad binnen, nam den bezemsteel, en niettegenstaande de schoone woorden, die zij gaven, om losgelaten te worden, drijft hij ze vóor zich op naar zijnen heer.
Onderwege komt hem daar een man tegen met 'nen kruiwagen vol rapen.
"O gij schandaal," zegt deze tegen het meisen, "ik zou toch mijne billen stoppen!"
En hij werpt met eene raap naar heur.
"Erbarmt u, ontfermt u," zegt Pier, en de raap hangt aan de meid heur bil.
Een weinig verder komt daar een jongsken met eene koe. Zoodra de koe de raap zag hangen, liep zij er naartoe, en beet erin.
"Erbarmt u, ontfermt u", zegt Pier, en de koe hing ook vast aan de raap! Nog een weinig verder komt daar een man met 'nen verre (stier). Als deze de koe zag, ging hij onder haren staert snuffelen.
"Erbarmt u, ontfermt u", zegt Pier, en ook de verre hing aan de koe!
"Nu is mijn hoepentoep zeker voltrokken", zegt Pier, en hij drijft hem dwars door de stad, recht naar het huis van zijnen heer.
"Mijnheer," zei Pier, "hier is mijn hoepentoep!"
"Goed," sprak de meester, "gij hebt gedaan, wat ik u bevolen heb: gij moogt bij mij blijven wonen, en zult gelijk staan met mijnen zoon!"
Toen liet Pier zijnen hoepentoep los, en allen vielen van schaamte aan 't loopen, aan 't loopen, aan 't loopen... En zeker loopen zij nog.

Onderwerp

AT 0571B - The Himphamp    AT 0571B - The Himphamp   

ATU 0571B    ATU 0571B   

Beschrijving

Een rijk heer stuurt zijn knecht de laan uit omdat zijn eigen zoon klaar is met school. De knecht smeekt om te mogen blijven werken, maar de heer zegt hem weer in dienst te nemen en gelijk te stellen aan zijn zoon, als hij hem een hoepentoep kan brengen. De knecht krijgt reisgeld en gaat bedroefd op pad. Hij komt een oud vrouwtje tegen die weet wat hij zoekt. Zij geeft hem zalf en een stokje, waarmee hij alles vast kan maken als hij "erbarmt u, ontfermt u" roept. Hij komt op een boerderij en zorgt ervoor dat de boerin aan de pot blijft kleven. Vervolgens laat hij de boer, de meid, de knecht, een koewachter, een raap, een koe en een stier aan elkaar kleven. De man gaat met de stoet naar het huis van zijn heer met de woorden: "Hier is mijn hoepentoep". Hij mag bij de heer blijven wonen en staat gelijk aan zijn zoon.

Bron

Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore. 2 (1889) p. 158

Motief

D1413 - Magic object holds person fast.    D1413 - Magic object holds person fast.   

Commentaar

1889
The Himphamp

Naam Overig in Tekst

Pier    Pier   

Hoepentoep    Hoepentoep   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20