Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0384

Een sprookje (mondeling), donderdag 02 april 1903

Hoofdtekst

Der was ers een rijk heer en die was in een bosch verdwaald. Hij keek al dus of ie nergens een lichtje zag waar ie overnachten kon, maar hij zag niks. Op lest kwam er een arme man achter op.
"Waar gaan jij na toe?" zei de heer.
"Wel, ik moet nee de stad, deer de keuning woont," zei de aar.
"Nou, dan ganen we samen," zei de heer, "want deer moet ik ook nee toe. Maar ik zou wel zegge: wat moet je deer uithangen?"
"Nou," zei de aar, "ik ben zooveul as een gepensioneerd soldaat, en nou gaan ik om verhooging van pensioen vragen an de koning, en as ie me dat niet geve, dan gooi ik ers een stien voor zijn smoel die ik in me zak heb."
"Dat zou ik niet doen," zei de heer, "want dat mocht je je haggie kosten."
"Dat ken me niks schelen," zei de soldaat, "want as ik geen meer pensioen krijg, gaan ik toch ook dood van den honger, en dan is het mijn krek gelijk op wat voor manier ik an me endje kom."
Zoo liepen ze een endje deur te wandelen, toe ze an een herberg kwamme. Ze gongen binnen en deer zat een oude meid.
"Och, menschen," zei die, "wat doene jelui hier? Hier wone twaalf roovers en as ze jullie in de gate krijge, dan moet je eerst mee kaartspeulen en dan vermoorden ze jelui."
Nou, je ken begrijpe dat de heer mooi in zijn stinkert zat, maar de soldaat zei: "Affijn, ik ken maar ien dood sterven."
Het duurde dan ook niet lang of de roovers kwamme.
Toe ze goed en wel zatte, zei de soldaat: "Vrijster, maak jij voor mijn ers een keteltje kokend water, want ik heb een dorst as een paard. Dan neem ik anstonds een stuk of wat glazen warm water en melk."
De meid daan dat. Nou had de meid teuge de soldaat ezeid dat as de roovers mekaar op de toonen trapten, dat ie dan op moest passen. Toe ze een poossie espeuld hadde, zag de soldaat dat de roovers mekaar op de toone trapte.
Nou is het main taid, docht ie, dat hij geeft me een klap teuge de lamp dat het licht uitgong.
"Berg je," riep ie teuge de heer.
En metien begon ie met kokend water uit de ketel te hozen, en toe greep ie zijn sabel en sloeg ze allemaal ien voor ien dood.
Toe ie klaar was, riep ie de meid en zei: "Redder nou hier dat boeltje ers een bietje op, vrijster, dan zelle we verder nog wat gezellig zitte praten."
Dat beurde, en toe zei de heer: "Jij benne toch een kerel. As ik jou was, zou ik morge die stien maar in me zak houwe."
"Wel nee," zeidie, "die is voor de koning as ik geen pensioen krijg."
Ze gonge nee de stad; de soldaat nee een herberg en de heer nee zijn huis.
Nou moet je weten, dat die heer de koning zelf was, dat toe ie in zijn paleis was, zei die teuge zijn minister: "Als er aanstonds lui voor me komme, moet jij ze maar ontvangen, en as er een soldaat komt om pensioen, dan moet je maar zeggen, dat we dat niet geven kennen."
Hij dacht bij zijn eigen: nou wil ik toch er es zien hoe of dat ofloopt, maar ik heb niet veel zin om die stien zelf teuge me kop te krijgen.
Nou, de soldaat kwam. De minister zee wat ie zegge moest, en hij kreeg pardoes de stien in zijn gezicht. Nou, het duurde niet lang natuurlijk, of de soldaat gong de prizoon in. Maar het liep best of, want toen ie een kwartiertje gezeten had, most ie weer bij de koning komme, want die had ehoord dat ie de roovers vermoord had en die vroeg of ie de heer zou herkennen.
"Jawel," zei de soldaat.
Nou dee de koning zijn mantel of en toe was ie in een gewoon pakkie, in polletiek zelk maar zegge, en toe zag de soldaat, dat het de koning zelf was. Nou, hij mocht natuurlijk tot zijn dood toe an het hof blijven.
(Uitdam)

Onderwerp

AT 0952 - The King and the Soldier    AT 0952 - The King and the Soldier   

ATU 0952    ATU 0952   

Beschrijving

Rijke heer die in een bos is verdwaald treft een arme gepensioneerde soldaat die hem vertelt op weg te zijn naar de koning om meer pensioen te vragen. Hij zal de koning een steen in zijn gezicht gooien als hij geen verhoging krijgt. Samen belanden ze in het huis van rovers. De meid vertelt dat als de rovers elkaar op de tenen trappen ze iets gaan ondernemen. De arme man heeft water laten koken, dat hij over de rovers schept als hij merkt dat ze elkaar op de tenen trappen, en slaat ze dood. Thuisgekomen zegt de rijke man die de koning blijkt te zijn, dat de minister het bezoek moet ontvangen, en tegen een soldaat die meer pensioen eist moet zeggen dat dat niet kan. De soldaat komt, de minister zegt dat verhogen niet kan, waarop hij de steen in zijn gezicht krijgt. De man wordt opgepakt, naar de koning gebracht en als die in zijn gewone kleding staat herkent de man de koning.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Motief

K1812.1 - Incognito king helped by humble man.    K1812.1 - Incognito king helped by humble man.   

N884.1 - Robber helps king.    N884.1 - Robber helps king.   

Commentaar

2 april 1903
Informant uit Uitdam (90 jaar oud)
Vgl. ook CBAK0218. Bewerkte publicatie: G.J. Boekenoogen: `Nederlandse sprookjes en vertelsels', in: Volkskunde 17 (1905), p.103-106.
The King and the Soldier

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21