In de hoeve van de familie V. spookte het. 's Nachts braken de koeien los, waarbij ze een een hels lawaai maakten. Een geest moest komen spoken omdat er een belofte niet was nagekomen. Enkele vreemden tot wie het spook had gesproken, hadden gedaan…
In de geboorteplaats van de verteller staat een hofstee waarvan de muren gemaakt zijn van roggemeel en kalk. Op de muren zitten vaak vogeltjes die de rogge uit de muur proberen te pikken.
Er is een hofstee gebouwd met roggemeel en kalk, met een soort geknipt paardenhaar voor de deur. Dit is echter niet te zien, want de muren zijn bedekt met wit cement.
Thyl Uilenspiegel moet roggemeel sjouwen in de maneschijn. Hij werkt bij de bakker. Als de maan schijnt doet hij een venster boven open en laat alle meel naar buiten waaien. Er blijft niets van over.