Een vrouw hoort buiten een vreemd geluid. Als ze gaat kijken, is er niets te zien. De winter daarop hoort ze een rare snuiter hetzelfde geluid maken. Het is een voorteken geweest.
Een man ziet een doodskist met een wit ding erop zweven. Veertien dagen later overlijdt er daadwerkelijk iemand en wordt de kist langs dezelfde plek gedragen. Het is een voorteken geweest.
Een vader en moeder en vier van hun kinderen komen door verdrinking om het leven. De dag ervoor heeft een vrouwtje op de plek des onheils al gejammer uit het water gehoord. Ook was er een stem te horen: 'De tijd is verschenen, de man is er niet'.
Een man hoort een hond spookhuilen. Een paar dagen later sterft op dezelfde plaats als het huilen gehoord werd een man na een val van de fiets. Het is een voorteken geweest.
Een jongen hoort 's nachts een geluid alsof het gewicht van de klok naar beneden valt. Als hij gaat kijken, hangt het gewicht nog gewoon aan de klok. Een tijdje later valt het gewicht daadwerkelijk naar beneden. Het is een voorteken geweest.
Schippers zien een vreselijke ramp op het ijs waarbij allerlei mensen door verdrinking om het leven komen. Het voorgezicht is nooit uitgekomen, maar de 'plek des onheils' wordt sindsdien gemeden.
In een toneelstuk moet het been van één van de toneelspelers afgezet worden. Een week later moet het been van dezelfde man daadwerkelijk geamputeerd worden.
Een schipper hoort gejammer uit het water komen. Een week later verdrinkt de zoon van een veekoopman en zijn dezelfde geluiden te horen. Het is een voorteken geweest.
Een man hoort 's avonds heel duidelijk timmergeluiden, alhoewel er niets te zien is. De dag erop wordt er een nieuw veehok getimmerd. Het is een voorteken geweest.
Een knecht, Jan, ziet op een nacht een doodskist met een dode erin in de kamer staan. Jan knipt een plukje haar van de dode af. De volgende ochtend heeft Jan zelf een stuk uit zijn haar. De bange Jan zegt zijn betrekking op en vlucht. Als hij weken…