Vroeger gebruikten grapjassen de kettingen waarmee het paard de kar trok, vaak om mensen bang te maken. De mensen geloofden dan immers dat ze Klerre met zijn keet zagen.
Op de Kapellehoek in Meise hoorde men 's nachts altijd duivels met kettingen rammelen. Op die plaats durfden de mensen 's avonds geen licht aan te steken. Ze hielden angstvallig de deuren en rolluiken gesloten. Veel wandelaars moesten daar kledde…
Een man die terugkwam van zijn werk, kwam helemaal bezweet thuis omdat hij voorbij de duivelsschuur had moeten wandelen en op die plaats door kledde was besprongen. In die schuur, die door de duivel was gebouwd, was een gat dat men niet kon…
Een man uit Wemmel moest op de terugweg van zijn werk altijd kledde dragen. Kledde besprong de man en liet zich dragen tot de man thuis was. Op zekere dag stak de man met een mes naar kledde. Daarna stelde de man vast dat hij zijn buurman had…
Een man die in Limbos (gehucht van Meise) woonde, werd op zijn weg naar huis plots besprongen door een dronken grapjas met een rammelende ketting. Verschrikt riep de man: "Oei, oei, oei, kledde!" De man liep zo snel mogelijk naar het dichtstbijzijnde…