Een man wordt hartverscheurend kermend in de berm aangetroffen. De man roept alsmaar 'O wat ben ik...o wat ben ik...' en een omstander besluit de man op een kruiwagen te laden en naar huis te brengen. Als de man bij zijn huis aankomt, besluit hij 'O…
Tijl Uilenspiegel ligt aan de kant van de weg en roept alsmaar hartverscheurend: 'O, wat ben ik...'. Omdat de mensen denken dat hij ziek is, brengen ze hem naar bed. Als Tijl in bed ligt, besluit hij 'O, wat ben ik lui!'.