Toen een slager op stap was, was er een spook op de weg. Maar de slager sneed hem over zijn handen. Toen was dus uitgekomen wie het was. Dat deden ze alleen om iemand bang te maken.
Een herder gaat altijd met schapen naar een schrale zandheuvel toe. Daar was een put om de schapen drinken te geven en ze konden er grazen. Ondertussen zat de herder bij een eik bij deze bron te bidden voor Maria. Zijn baas stuurde de herder eens…