Een boerenknecht kwam in een kring van dansende kleine mannekes terecht, moet meedrinken, zegt: "In Gods naam" en staat alleen met de beker, die in de familie wordt bewaard.
Een man wordt bij de mispelboom door 11 kleine elven opgetild, over een sloot gedragen en moet dansen tot hij erbij neervalt. De volgende dag ziet hij een cirkel in 't gras.