Tijs, zijn vrouw en zijn moeder aten en dronken overdadig. Aernout waarschuwt hem dat hij op die manier in Oost-Indië of het rasphuis terecht zal komen. Tijs zegt dat de Duivel en zijn moeder hem daar niet krijgen. Volgens Aernout hoeft hij het zover…
Een voogd, die de goederen van zijn weeskind niet opgaf, werd belast zijn inkomsten- en uitgavenboeken te tonen. Toen hij daar kwam wees hij naar zijn mond en zijn achterwerk en zei: 'Ik heb geen andere boeken', want hij had het al opgegeten.