De honden van de hondenkar kregen de nageboorte van een schaap of koe te eten. Als ze deze niet in een keer op konden eten, dan werd de nageboorte begraven en een andere keer aan de honden gevoerd.
Een man genaamd Jehannes wordt vaak uitgescholden voor 'hondje'. Als hij eens op zijn aardappellandje is, vraagt een man - wiens scheldnaam 'prûk' is - hoe het met de oogst staat. De man die 'hondje' genoemd wordt zegt pesterig dat het een 'prûk' is…
De blaar werd genezen door de koe de tong uit de bek te halen en daar een stukje af te bijten.
Manslachtig noemde men vroeger een ziekte, die ontstond doordat de koe gras had gevreten van een weg, waarop vroeger iemand was vermoord (een manslag was…
Man en vrouw hebben de afspraak dat als vrouw bij een bezoek te veel eet, de man haar voet zal aanstoten. Tot twee keer toe stoot de hond haar al snel aan, waardoor de vrouw ophoudt met eten. Ze heeft daardoor zo'n honger dat als naar huis gaan ze…
Van zeven meisjes is één een nachtmerrie.
Van zeven jongens is één een weerwolf.
Mijn moeder zei altijd als we gulzig aten dat we wel op een weerwolf leken.
Bij een boer was een onverzadigbare arbeider. Jan en de boer bedachten dat ze tussen de middag hele gare grutten zouden eten met veel koeienvet. Ook daarvan at de arbeider maar door. Toen ze kort geslapen hadden en weer wilden beginnen, voelde de…
Bij ons zijn de varkens behekst geweest; ze wilden niet meer vreten. Het redmiddel was duivelsdrek, dat onder de troggen werd gelegd. Toen waren ze ineens weer okee.
Tijdens een groot onweer op zee, liep één man, terwijl de rest bad, naar het eten en at vreselijk veel gezouten vlees. De anderen berispten hem hiervoor. Hij zei: 'Ik wou er bij drinken en het ziet ernaar uit dat ik vandaag meer moet drinken dan ik…
Een voogd, die de goederen van zijn weeskind niet opgaf, werd belast zijn inkomsten- en uitgavenboeken te tonen. Toen hij daar kwam wees hij naar zijn mond en zijn achterwerk en zei: 'Ik heb geen andere boeken', want hij had het al opgegeten.
Als de mensen vroeger weer met het werken begonnen, kregen sommigen wel eens last van de vreetkoorts. Ze konden dan bonen blijven eten, ze hadden nooit genoeg.
Het was oorlog en er was armoe. Een dominee met een spraakgebrek preekte niet 'Vrede, vrede, maar er is geen vrede', maar hij zei: "Vrete, vrete, maar er is geen vrete."