Zoek in de Collectie
- Onderwerp: ATU 0927 (verwijderen)
- Trefwoorden: dode (verwijderen)
Zoekresultaten beperken
Itemtype
- Volksverhaal (5)
Trefwoorden
- dode (5)
- gevangenis (4)
- man (4)
- oplossen (4)
- vrij (4)
- dood (3)
- levenden (3)
- raadsel (3)
- raden (3)
- rechter (3)
- vogel (3)
- vrouw (3)
- zes (3)
- zesde (3)
- zevende (3)
- gevangene (2)
- heengaan (2)
- levende (2)
- maken (2)
- nest (2)
- opgeven (2)
- paardekop (2)
- rechterraadsel (2)
- rechters (2)
- vogels (2)
- zeven (2)
- achtste (1)
- antwoord (1)
- antwoorden (1)
- boomstronk (1)
- braden (1)
- cel (1)
- denken (1)
- echtpaar (1)
- een (1)
- ezel (1)
- ezelskop (1)
- gaan (1)
- geraamte (1)
- gevangen (1)
- gevangenisstraf (1)
- heengaa (1)
- heer (1)
- heren (1)
- hondje (1)
- huid (1)
- jong (1)
- jonge (1)
- kind (1)
- komen (1)
Maker / Verteller
- Bruinsma, Gerbe (1)
- Kobus - Van der Zee, Geeske (1)
- Pen, K. Johan (1)
- Pultrum, Thys (1)
- Siedzes, M. (1)
Taal
- Fries (Woudfries) (3)
- Standaardnederlands (2)
Type bron
- mondeling (3)
- almanak (1)
- tijdschriftartikel (1)
Subgenre
- sprookje (5)
Verzamelaar
- A.A. Jaarsma (3)
- Pen, K. Johan (1)
- Siedzes, M. (1)
Provincie(NL)/Gewest(BE)
- Friesland (3)
- Noord-Holland (1)
- Zuid-Holland (1)
Naam Overig in Tekst
- Rudolf (1)
5 resultaten voor ""
- dode
- Een vrouw kan haar zoon uit de gevangenis bevrijden door 2 raadsels op te geven, die de rechters niet kunnen oplossen.
- dode
- Op voorwaarde dat zij een door zijn vrouw opgegeven raadsel niet kunnen oplossen, laten rechters haar man vrij.
- dode
- Een man is tot een gevangenisstraf veroordeeld. Zijn vrouw weet hem vrij te krijgen met een raadsel dat de rechters niet kunnen oplossen. Het raadsel luidt: 'Toen ik heenging en terugkwam, nam ik zes…
- dode
- Als een vrouw de rechters een raadsel op kon geven dat ze niet op konden lossen, zou haar man vrij komen. Ze zei: "Toen ik henen ging en toen ik wederkwam, toen ik zes levenden uit één dode nam, de…
- dode
- Rechterraadsel: Toen ik henenging en wederkwam, Zes levende uit de doode nam, De zesde maakten de zevende rijk Wie heeren, raadt dit te gelijk? Zoo gij heeren dit kunt raden, Moogt gij mijne man wel…