De verteller hoort van een vrouw wonderlijke verhalen en hij laat zich ontvallen: "Als dat bestaat, dan moet God mij maar eens wat laten zien." Onderweg naar het avondpraten krijgen de verteller en zijn vrouw echter de schrik van hun leven: overal…
Vroeger deed men wel roggebrood in het sleutelgat van het geldkistje en van de deur. Dit diende om kwade machten zoals nachtmerries te keren. Dit gebeurde vooral op winterdagen als men 's avonds ging praten.