Een jongen die in Zedelgem sparappelen verkocht, kwam op een avond de waterduivel tegen, die tussen zijn benen door sprong. De waterduivel was een grote hond met uitzonderlijk grote ogen. Toen de jongen thuiskwam, stonden zijn haren recht omhoog van…
De mensen geloofden dat Betje uit Maasmechelen een heks was. Toen Betje denappels ging rapen, had ze een kindje over het hoofd gestreeld. De volgende dag had het kind luizen.
Een vader en een zoon moesten met denappels naar Maastricht. Veel mensen beweerden dat ze op die weg de vuurman hadden gezien. Toen de vader en de zoon plots een rood licht zagen, dat aan de andere kant wit was, geloofden ze aanvankelijk ook dat het…
In het dennenbos op de heide van Kortenbos zaten heksen. Een meisje dat daar denappels ging plukken, schrok toen ze boven in een boom eekhoorntjes zag zitten.