Terwijl er geen wind staat, waait de hoed van de bakkersknecht af en vallen de beschuiten en broodjes van zijn wagen van de dijk af waar een heks ze bij elkaar graait.
Een jongeman gaat wat laat naar huis, maar wordt achtervolgd door een vreemde heer, die zomerkleren draagt, ofschoon het hartje winter is, en zich razendsnel lijkt te bewegen. Als de jongeman een kruis slaat, is de duivel verdwenen. Meerdere mensen…
Niemand kan, ook niet met paarden, touwen en kettingen, de grote rivierstenen uit de Anselderbeek bij Kerkrade wegtrekken. Daarom liggen ze er nog steeds.