Een landheer beschuldigt een boer dat hij zijn eikebomen steelt om dammen en dijken te bouwen. De boer ontkent dit en de landheer biedt hem een glas alsemwijn aan. Dit smaakt echter zo bitter dat de boer denkt dat hij gal drinkt en God hem straft…
Een boerenarbeider die erg grof in de mond is wordt ruw tegen een balk gesmeten. Later treft hij een man bij een eikenboom. Hij groet de man tot twee keer toe vriendelijk, maar krijgt geen antwoord. Als hij de man 'kan je voor de duivel niet praten…
Sint Willebrord heeft op zijn reizen door Brabant dikwijls bronnen laten ontspringen op de heide. In veel plaatsen vindt men heiligenputjes of Willebrordusputjes.
Bij de grote eikenboom bij de betonweg spookt het. Alde Aen Klokje [Aen Alma] ziet hem en groet de geest. De geest zegt niets terug en hier zegt Aen wat van. Als hij omkijkt is de geest verdwenen. Dan wordt Aen bang.
Een stedeling zat onder een eikeboom. Naast zich zag hij een groentetuintje waar hele grote kolen groeiden op hele kleine stronkjes. Aan de boom zag hij hele kleine eikeltjes. Hij vroeg zich af of niet de grote kolen aan de grote boom moesten groeien…