Een ongelovig man gaat 's nachts door het bos naar het klooster waar zijn dochter woont. Hij komt iemand tegen die hem tegenhoudt en bont en blauw slaat. Dit is de duivel.
Op sommige binnenplaatsen in Groningen spookt het. Als je in de schuur slaapt kun je plotseling worden weggesmeten en soms begint het spontaan te karnen.
Arbeiders zijn 's nachts aardappels aan het stelen als een hond komt met gloeiende ogen die ook gaat graven. Dat deugt niet volgens hen en ze rennen weg.
Iedereen is bang voor het 'Sloten-mannetje'. Hij heeft vroeger een vrouw vermoord. Bij de viersprong van kanalen spookte het nu. Een schipper legt, ondanks de waarschuwingen van anderen, aan op de plaats waar de man altijd verblijft. 's Nachts worden…