Vroeger had men voor ziekten en kwalen verschillende geneeskrachtige spreuken. Hier worden de (overigens rijmende) spreuken genoemd die men gebruikte bij (achtereenvolgens) kneuzingen, wratten, bloedneuzen, ingewandswormen, oogontstekingen, pijn en…
Er waren pintjesmeesters die konden genezen door overlezen of belezen. Dit was een erfelijke kunst, die overging van vader op dochter en van moeder op zoon. Tijdens het belezen moesten wel enkele regels in acht genomen worden. Ten eerste mocht noch…
Van vrouw die jarenlang mensen van pijn heeft afgeholpen, wordt gezegd dat de pijn die ze tijdens haar ziekte heeft gehad, de bij anderen afbeden pijn is geweest.
De zevende zoon, daar moest je vroeger naar toe als je aan toevallen leed of gebreken had. De zevende zoon, dat is een gelukkige. Die met het helmsel geboren zijn, die hebben veel geluk.