Mensen hoorden geregeld duidelijk dat er iemand aan de deur kwam. Maar als ze dan gingen kijken, was er niemand. Later die dag kwam er dan toch nog altijd iemand.
Op een boerderij werd eens ingebroken. De boerin werd vastgebonden. De meid liet de rovers zien waar de sieraden lagen, en deed alsof ze op hun hand was. Ze ging zogenaamd vanwege de kou in de bedstee liggen, en klom daar via een luikje naar de…
Een meisje hoorde kinderen zingen, en zij zag lichtjes. Ook hoorde ze het getrappel van kinderklompjes en de woorden: "Jullie moeten stil zitten." In werkelijkheid was er niets. Maar later is er een zondagsschool gekomen, en toen kwam alles uit.
Een man kwam op een avond terug van zijn meisje, toen hij voorbij het kerkhof kwam. Daar zag hij opeens een veulenachtig beest staan. Toen de man ging kijken wat het was, sprong het beest op zijn rug. De man kon alleen nog maar achteruit lopen, en…
Rond 1800 was er een meisje dat elke dag wenste haar overleden moeder te zien. Op een avond hoorde ze buiten de sloffende voetstappen van haar moeder. Op het moment dat ze haar moeder aan zag komen, wenste ze dat ze weg was. De moeder verdween weer,…
's Avonds op weg naar huis zegt vader tegen zijn zoon dat hij achter hem moet gaan lopen, om te voorkomen dat ze in de pootprent van de rondzwervende zwarte hond, een plaagbeest, terecht te komen.
Een man ontmaskert in zijn jeugd een heks door haar de voet dwars te zetten. De heks neemt wraak door hem een witte lever te geven. Driemaal trouwt de man en binnen een jaar is hij telkens weer weduwnaar. Sindsdien waarschuwt de man voor hekserij.
Man wordt door meisje dat hij heeft verlaten 's nachts als nachtmerrie geplaagd. Dat houdt op als hij zijn pantoffels omgekeerd voor het bed zet, want een nachtmerrie moet in de voetstap van de geplaagde treden.
Man hoort 's nachts tikken op een ruit, maar ziet geen voetstappen in de sneeuw. Drie dagen later wordt er aan hetzelfde raam en om dezelfde tijd getikt, om mee te delen dat een familielid is overleden.
Man vertelt na schipbreuk met zijn maats in een land met een prachtig woud terecht te zijn gekomen. Ze lopen er heen maar komen niet vooruit, zien heel grote voetstappen, maar zien geen mensen. Zonder te weten wat het was keren ze terug.