Een man zag op een nacht een lijkstoet aankomen, maar hij bleef in het midden van de weg lopen. Toen werd hij aan de kant gedreven en kwam hij in de berm terecht.
Een man was met de helm geboren. Hij wist altijd vantevoren wanneer er weer een begrafenis zou zijn. Ook zei hij dat mensen om middernacht nooit midden op de weg moeten lopen, omdat ze dan tegen een lijkstoet aan kunnen lopen.
Een man maant een man op een wagen opzij te gaan voor een lijkstoet. De man op de wagen kan de lijkstoet echter niet zien. Het is een voorgezicht van een sterfgeval.
Een helmdrager verklaart tegen zijn meisje dat hij even opzij moet gaan voor een passerende lijkstoet. Het meisje kan de stoet niet zien en denkt dat de jongen niet goed wijs is. Het is een voorgezicht van een begrafenis. Veel mensen azen op de…
Zien van lijkstatie; met de helm geboren man ziet van tevoren begrafenisstoet, brand, schepen op land waar later een kanaal komt, lichtjes waar later een weg loopt.
Een man moet opzij gaan voor een lijkstoet die er in werkelijkheid niet is. Het is een voorgezicht: later sterft er iemand en trekt de begrafenis op diezelfde plaats voorbij.
Voorbeelden van voorloop: vader die lijkstaties ziet waarschuwt zoon opzij te gaan voor een lijkwagen; voorloop van weg met auto's, bouw watermolen en kerk.
Een schoenmaker zet zijn wagen aan de kant omdat er een lijkstoet moet passeren. Zijn dochter kan de lijkstoet niet zien. Het is een voorbode van een sterfgeval.
Een moeder maant haar zoontje opzij te gaan voor een passerende lijkstoet. De zoon ziet de stoet echter niet. Het is een voorgezicht: vier weken later trekt er op diezelfde plaats een echte begrafenisstoet voorbij.
Vroeger kwam het veel voor dat iemand zijn kameraden maande opzij te gaan voor een passerende lijkstoet. Diegene was dan de enige die de stoet kon zien.
Mensen werden vroeger gewaarschuwd om 's nachts nooit midden op de weg te lopen, want dan zouden ze wel eens aan de kant gezet kunnen worden door een lijkstoet.