De Tempeliers waren kloosterlingen die in het Tempelhof in Slijpe verbleven. Onderaardse gangen verbonden het Tempelhof met de Bamburghoeve en met de Duivelstoren. Op een nacht zijn de Tempeliers spoorloos verdwenen.
Vroeger zouden de Tempeliers een onderaardse gang hebben gehad, die Adinkerke verbond met Gistel. Toen die gang op een nacht onder water liep, zouden alle Tempeliers verdronken zijn.
In Nieuwmunster stonden twee Tempeliershoeves die door een onderaardse gang met elkaar waren verbonden. De Grote Hofstee en Het Claragoed kon men enkel betreden langs het hek en de ophaalbrug. Tempeliershoeves waren immers altijd omringd door een…
In de Verloren Kost (1) zijn nog kelders die ooit door de Tempeliers werden gegraven. Ooit heeft iemand geprobeerd een gat te maken in één van die kelders. Omdat men echter een vreemd geluid hoorde, heeft men dat gat snel weer dichtgemaakt.
Toen op het Tempelhof een koe was gestorven, zei een oud vrouwtje: "Het is niet de eerste en het zal ook niet de laatste zijn". Kort daarop reed de boer met zijn wagen in de gracht. In de stal lagen de dieren met hun poten omhoog.