Men vertelde dat de Tempeliers 's nachts brood bakten in het Tempelhof in Slijpe. Als men bij hen in de buurt kwam, dan zeiden ze: "De nachten zijn voor ons en de dagen voor jullie".
Een boerenzoon die naast een Tempeliershof woonde, ging 's avonds vaak op stap. Toen de jongen op een nacht thuiskwam, zag hij bij de boerderij een juffrouw heen en weer wandelen. De jongen gaf de juffrouw een flinke afranseling. Dat had hij echter…
Op Sarepta in Moerkerke hebben vroeger Tempeliers gewoond. Vóór haar huwelijk moest een meisje bij de Tempeliers gaan logeren om zeker zuiver te blijven. Na een tijdje ontdekte men echter dat de Tempeliers de meisjes misbruikten. De koning van…
Een tempeliershof was omringd door water. Er was daar een boom en een put waar niemand in de buurt mocht komen. De paters gaven de mensen de raad om een put te graven. Daarna spookte het er nog erger. Nadat de dode drie dagen later was…
Meisjes moesten de eerste nacht van hun huwelijk bij de Tempeliers doorbrengen. In ieder gezin moest men het eerstgeboren kind aan de Tempeliers geven.
Ten tijde van de Tempeliers waren er onderaardse gangen die de Tempeliershoeves met elkaar verbonden. De Tempeliers reden met paard en kar door die gangen.
De Tempeliers verbleven vroeger in het Tempelhof in Slijpe, in de Koude Schuur en in Rattevalle. Al die plaatsen waren verbonden door onderaardse gangen. De Tempeliers waren jezuïeten die in het Franse Montmartre waren opgeleid. Oorspronkelijk…
Van bij het Waterhof in Houtave vertrok een onderaardse gang naar een andere Tempeliershoeve. De boer die in die hoeve woonde, hoorde 's nachts vaak iemand poetsen en dorsen. De Tempeliers waren slechte mensen omdat ze rijk waren en omdat ze zich…
Op een boerderij stond een tafel die vol zilveren vijffrankstukken lag. Later heeft men daar nog kelders opgegraven en muren die wel meters dik waren. Dat was allemaal eigendom van de Tempeliers.
De ingang van de onderaardse gang naar het Tempelhof was gelegen onder een kleine schuur waar een gat in de muur was. Langs een grote steen in de weide kon men de gang ook betreden.
Een koewachter die op hof Ter Doest in Lissewege werkte, vond op een dag een goudstukje in een molshoop. Omdat de jongen zich daarna niet meer kon herinneren over welke molshoop het ging, heeft men de schatten van de Tempeliers die daar verborgen…
Enkele mensen gingen in een Tempeliershof onderdak vragen en werden in een klein kamertje opgesloten. De volgende dag waren de mensen spoorloos verdwenen.
Vroeger zou er een onderaardse gang bestaan hebben, die het Tempelhof in Slijpe verbond met de Duivelstoren in Nieuwpoort. Men vertelde dat de Tempeliers met hun paardenkoetsen door die gang reden.