Een echtpaar wordt plotseling opgeschrikt door een dikke zwarte hond. Het dier - dat zweeft - blijft het stel op de hielen zitten. Plotseling verdwijnt het dier weer. Het is een spookdier.
Een man die graag spookverhalen vertelt, beweert dat een dikke hond hem eens benaderd heeft. De hond zou achtereenvolgens in een leeuw en een heer veranderd zijn. De man loopt een stukje met de heer op. Als de man bij zijn huis is aangekomen,…
Op een houtjespad spookt het. Er is eens een grote kerel gesignaleerd met ogen zo groot als theekopjes. Ook verschillende spookdieren dolen op de spookplaats rond: een varken dat niet knort, een hond met een brijpot om de hals en een dikke, donkere…
Op een spookplaats bij een hulzenbosje spookt het. Bij het bosje wordt ook wel eens een grote hond gesignaleerd. Als het bosje later gekapt wordt, spookt het er niet meer.
Een man wordt bij lichtmaan plotseling opgeschrikt door een hond ter grootte van een kalf met ogen zo groot als theekopjes. De gereformeerde moeder van de man denkt dat het de duivel geweest is.
Een jongen blijkt verkering te hebben met een heks. Als hij haar naar huis brengt, komt een dikke hond met ogen zo groot als theekopjes hem tegemoet. Als hij de hond wil verwonden, klaagt het meisje - de heks - ook over pijn.
In de buurt van de kazerne wordt een man benaderd door een grote zwarte hond. Hij kan het dier maar met moeite van zich afschudden. De man heeft in de gaten dat het geen gewone hond is.
Gezegd wordt: "Van het Loo naar Elterberg liep altijd een grote zwarte hond." Ik liep er eens richting Zeddam en een grote zwarte hond kwam me tegemoet. Ik dacht: "Het is de spookhond!" en zocht naar een steen, maar de hond was al weg. Toen…