Man ontmoet op een avond een hond met stijve poten die niet opzij gaat. Hij slaat de hond, en valt op hetzelfde moment bewusteloos neer. Als hij later bijkomt is er niets te zien. De hond zal de duivel zijn geweest.
Onderweg naar een clandestien café komt een man een zwarte spookhond tegen, die op de vraag wat hij gaat doen, antwoordt dat hij een fles jenever gaat halen.
Een man wordt op een nacht plotseling opgeschrikt door een grote zwarte hond. De man durft het dier - dat zo groot is als een kalf en gloeiende ogen heeft - niet te passeren. Het is een spookdier.
Een Wiede Wiend is de duivel in de gedaante van een windhond. Hij loopt voor je om je de weg te wijzen. Hij groeit om je bang te maken. Als je hem niet volgt, geeft hij je een knauw.
Een borries is een spookhond. Een polderhond is een soort borries, die zowel in water als op het land leeft. Een man had er ooit één gezien en is van schrik gestorven.
Een non wordt wegens onkuisheid tot de doodstraf veroordeeld en levend ingemetseld in de kloostermuur. Eerst hoort men haar nog schreeuwen. Na haar dood spookt ze rond.