Als de karn niet wilde komen, zeiden ze dat de karn betoverd was. Dan werd er een geestelijke bij geroepen. De pastoor keek er dan in, maar dan was het weer over. Na zonsondergang moest je de karn binnenhalen.
Als een patiënt last had van reumatiek, kon hij een hond aan zijn voeten laten slapen. Dan werd de ziekte overgebracht op de hond en werd de patiënt beter.
Vroeger woonde in Nieuw Lekkerland een oude boer (D.). Mensen dachten dat al hun tegenslag bij hem vandaan kwam. Als mensen langs zijn huis moesten, renden ze altijd. D. betoverde karn en mensen geloofden ook dat hij zich in een kat kon veranderen.
Als er een sterfgeval op komst was, vloog de boze geest door het huis. Die bonsde op de deur. Daar werden mensen bang van. De deuren gingen plotseling open en dicht.
Als kinderen geen luizen hadden, dachten ze vroeger dat ze niet gezond waren. Iedereen had luizen onder het haar op het achterhoofd of in de nek. Als kinderen zo onder luizen zaten, dan zeiden ze dat de 'luizenbol' was losgebroken. Dan zaten ze…
Vroeger tussen Streefkerk en Lekkerland liep een weg waar men van dacht dat het daar spookte. Als men 's avonds daar langs ging was men blij als ze ongehinderd verder kon lopen.
Ongeveer duizend meter van de hoge dijk af stond een oude schuur. In…