Op de vierde trede van een trap in een woonhuis voelden sommige mensen een hand op hun schouder. Het was een brede mannenhand met lange vingers. De hand was niet kwaadaardig, eerder vaderlijk.
Een vrouw in het bisdom van Utrecht staat in een bekken met water en wil zich losmaken uit de macht Gods. Ze geeft zich over aan de duivel die meteen haar ziel en leven komt halen.
Hieruit komt naar voren dat men zich niet van God hoort te…