Tussen Hocht en Smeermaas zat vroeger een weerwolf die de mensen besprong en zich liet dragen tot in het veld. Die weerwolf zou een vrouw zijn geweest.
Een jongen uit Meers had een relatie met een meisje dat ervan verdacht werd een heks te zijn. Op een avond besloot de jongen het meisje te bespieden. Toen de jongen op straat een hond tegenkwam, gooide hij een zakdoek naar het dier. Even later…
Een meisje sprak tot haar vriend: "Als je 's nachts één of ander beest zou tegenkomen, gooi dan mijn zakdoek naar het dier". Toen de jongen op een avond een weerwolf tegenkwam, deed hij wat hem was aangeraden. De volgende ochtend zag de jongen dat…
Toen Jang N. naar de winkel ging, kwam hij onderweg een vrouw tegen, met wie hij een tijdje bleef praten. Nadat hij naar de winkel was geweest, kwam Jang een hond tegen, die zo groot was als een paard. Jang gooide zijn zakdoek naar de muil van het…