In Brakel woonde een toverheks uit Woudrichem en mijn zwager durfde daar nooit langs met een oliekar. Dan liet hij iemand anders zijn oliekar er voorbij rijden.
In het Kuilenburgse Veld woonde een oude vrouw. Als de mensen naar de markt in Kuilenburg gingen, zaten ze op een boerenwagen en ineens ging die wagen de weg af.
Een vrouw had verkering met een jongen, en op een gegeven moment dacht ze dat die jongen toevallen kreeg. Het was net of hij een duivelsgedaante kreeg.
Een vrouw die bij de dijk woonde, liet mensen van de dijk afrijden. Elk ongeluk gebeurde door dat vrouwtje. Ze had appels in een mand gehangen en als er weer eens iemand van de dijk viel, ging de appel leven en werd het een pad.
Er was hier een man en die kreeg te maken met een boekje met een kwade geest. Dus hij ging naar de pastoor en die zei dat hij 's nachts een wandeling moest gaan maken, met dat boekje op zijn rug. Maar hij mocht niet omkijken en als het dan twaalf…
In Sprang-Capelle zat een katje en dat liep ons maar achterna. Dus ik probeer het weg te jagen, maar toen ik langs het bruggetje kwam zat het er weer. En toen ik thuis kwam zat het daar weer. Het was een toverkatje.
Als de boer met zijn paard en wagen over de weg liep, bleef het paard altijd stilstaan in de Kakhoek. Iedere keer weer, want daar woonde een vrouw die verdacht werd van tovenarij.
Mensen lazen 's avonds vaak een boek over heksen en tovenarij en tijdens het lezen kwam het allemaal tevoorschijn. En dan gooiden ze de boeken weg, maar die heksen bleven toch.
Tijdens het jagen kwamen er steeds meer dieren als hij meer ging schieten. En hij kon er geen raken. maar toen hij er een dubbeltje op deed, schoot hij er een in de kont.
Er waren vroeger ook vrouwtjes die gingen bedelen. En bij de gierige boeren hield de een de boer aan de praat, terwijl de ander om de karn heen liep. Dan kon de boer drie weken niet karnen.
Mijn vader zei altijd dat je de luiers nooit 's avonds buiten mag laten hangen, want dan konden die luiers betoverd worden door kwade geesten of die kwade geesten konden erin kruipen.
Op een van de molens van de Hooge Boezem zat een heks. Als zij niet wilde dat iemand voorbij zou gaan, dan had ze de macht om die mensen tegen te houden.
Vroeger zaten er veel heksen in Oudewater, daarom heb je hier ook de heksenwaag. Er was hier vroeger een dokter uit Linschoten, die reed met paard en tilbury. Maar in Linschoten was ook een heks, en die kon wat. Op een dag liet ze de dokter met paard…
Er was vroeger een vrouw, die dacht dat ze betoverd was. De hele dag liep ze rare dingen uit te kramen. Tegenwoordig worden zulke mensen naar een inrichting gestuurd, maar in die tijd werd die vrouw opgesloten in de bedstee.