Er was een oude man die vaak 's nachts uit bed moest om iets te gaan bekijken. Als hij in bed bleef, werd hij er ongeveer uitgeworpen. Vaak ging hij naar het kerkhof en daar zag hij eens een begrafenisstoet.
Iemand zag vroeger vaak wilde lantarens. Toen later de fietsen en de auto's hun intree deden, zeiden ze dat die lantarens natuurlijk de lichten van de fietsen en de auto's zijn geweest.
Rond 1910 ging een vrouw met handelswaar langs de deuren. Ze ziet een plaatsje in Sânbulten in lichterlaaie staan. Maar als ze er naar toe rent, is er geen spoor van brand te bekennen.
Een jonge man loopt 's nachts op de weg en het is doodstil. Plotseling zijn er allemaal mensen om hem heen. Ze rennen hem voorbij zonder iets te zeggen. Als er later iemand begraven wordt, realiseert hij zich dat hij de begrafenisstoet heeft gezien.
Een vader is met wat andere mensen 's nachts op weg naar huis. In de verte zien ze een groepje mensen aankomen en ze verschuilen zich uit angst beroofd te worden. Een plechtige stoet passeert. De achterste man draagt een pandjesjas en kijkt de vader…
Het is zomer en twaalf mannen liggen in het zand. Het is rond half twee 's nachts, als ze verderop het geluid van hamers horen. Als ze gaan kijken, verstomt het geluid. Dit herhaalt zich drie keer. Zo'n drie, vier jaar later zou op die plek de nieuwe…
Een man is met de helm geboren. Hij ziet alles van te voren. Hij heeft ook van te voren het huis waar de schoonmoeder van de verteller en de haren in gewoond hebben, zien afbranden.
De neef van de verteller gaat eens van Surhuisterveen terug naar De Harkema over de weg waarlangs begrafenissstoeten naar het kerkhof rijden. Hij wordt tot drie keer toe van de weg afgezet. Tenslotte wordt hij in een sloot gegooid. Dat heeft een…
Een vrouw heeft een voorgezicht van een meisje met een rood schortje voor dat in een poel verdrinkt. Kort daarna verdrinkt de dertienjarige zus van de verteller in de poel als ze bij het schaatsenrijden door het ijs zakt. Ze heeft een rood schortje…
Bij de schoonouders van de verteller in de buurt staat het huis in brand waar ze vroeger ingewoond hebben. Piter Schievink heeft het van te voren al in brand zien staan.
De verteller en zijn vrouw zien langs de vaart bij Surhuisterveen 's avonds wel eens lichten, laag bij de grond. Men zegt dat daar een autoweg komt. Het licht gaat ook wel eens de vaart over, dan zou er ook een brug moeten komen. Men zegt ook wel dat…
De verteller is op een avond met zijn vader onderweg. Plotseling zegt zijn vader dat ze naast het pad even moeten blijven staan. Zijn vader zegt niet dat hij een lijkstatie ziet, maar hij ziet hem wel.
De vrouw van de verteller ziet op een avond een lijkstatie aankomen. Ze gaat even zout in de aardappels doen, maar als ze weer terukomt is de lijkstatie verdwenen. Kort daarna komt er een rouwbrief en wordt een oude huishoudster van haar begraven. Ze…
Een jongen uit het gezin van de verteller wordt tijdens de Duitse bezetting opgepakt en op transport naar Duitsland gezet. Voordat hij heel onverwacht thuiskomt, heeft de vader van de verteller de jongen al zien aankomen.
Als de moeder van de verteller gestorven is, kan de kist niet uit een kamertje weggedragen worden, voordat er een wandje is weggeslagen. De hamerslagen waarmee dat gebeurt, zijn dezelfde die zijn vader al eerder in het kamertje heeft gehoord.