Een muzikant ging 's avonds altijd met zijn mandoline over een afgelegen weg naar huis. Twee grapjassen hadden besloten om de man een keer te doen schrikken. De mannen hadden een laken over hun hoofd getrokken en lieten zich op de weg rollen zodra…
Sommige grapjassen haalden een krab van het strand en zetten een kaars op de rug van het dier. Wanneer een voorbijganger zoiets op een kerkhof zag, geloofde hij dat er een dode uit zijn graf was gekomen.