Vroeger zette men soms een kaarsje in een uitgeholde raap om de mensen bang te maken. De mensen geloofden dan immers dat ze een stallicht hadden gezien.
Een man was 's avonds bij enkele vrienden op bezoek geweest. Eén van de vienden had een laken over zijn hoofd gegooid om de man onderweg de stuipen op het lijf te jagen. Toen de man in het donker langs de Heidestraat naar huis ging, zag hij iemand…
Een ging op zondag op stap met zijn vriendin. De zoon van die man besloot zijn vader eens een poets te bakken en hij verborg zich langs de weg die zijn vader gewoonlijk nam. Toen het paar daar voorbij kwam, sprong de zoon tevoorschijn en rammelde met…
Rond de Keibeek tussen Reningelst en Poperinge zag men 's nachts een paard zonder kop, terwijl men bellen hoorde rinkelen. Een dappere meid beweerde dat ze niet bang was om 's nachts naar de Keibeek te gaan. Een knecht besloot zich te verkleden met…
Een man kroop voor de grap op handen en voeten met een ketting door het veld om zijn kleinkinderen bang te maken. De kinderen geloofden dan dat ze Kludde met zijn keet hoorden.
Een man die in Limbos (gehucht van Meise) woonde, werd op zijn weg naar huis plots besprongen door een dronken grapjas met een rammelende ketting. Verschrikt riep de man: "Oei, oei, oei, kledde!" De man liep zo snel mogelijk naar het dichtstbijzijnde…
Omdat er vroeger geen straatverlichting was, waren er veel farçeurs actief. Zo zette men soms een kaars in een uitgeholde biet of verkleedde men zich met een wit laken als spook. De mensen geloofden vaak dat ze Kludde met zijn keet hadden gezien.
Op een boerderij zat men op een avond te kaarten. De koewachter werd naar de Noodbeekstraat gezonden om haring te halen. Toen de jongen terugkwam, werd hij bang gemaakt door een grapjas die een laken over zijn hoofd had gegooid. De koewachter had…
Een man uit Beigem die naar de herberg ging, werd het slachtoffer van een grapjas die met een laken over zijn hoofd bij de Bosbeek zat te grommen en in het water plonsde. De man was echter niet bang en zei: Verdomme kerel, ik zal je hebben!" De…
Vroeger zetten de kinderen vaak kaarsjes in uitgeholde rapen om de mensen bang te maken. Men sneed dan gaten in de rapen, zodat het doodskoppen leken.
Uitgeholde rapen met kaarsen werden ook gebruikt als stallantaarn.
Op het kerkhof zag men vaak lichtjes die bedoeld waren om mensen bang te maken. Zo speelden sommige grapjassen ook voor waterduivel. Op een dag joeg een man één van zijn vrienden voor de grap de stuipen op het lijf. Toen de verschrikte voorbijganger…
Bij de molen had men tussen de haag en de weg een kaarsje gezet en daarboven een touw gespannen. Een nieuwsgierige die naar het kaarsje ging kijken, raakte zo zijn pet kwijt.
Een man was besprongen door een witte hond en geloofde dat het Kludde met zijn keet was. In werkelijkheid was Kludde een farçeur die met een rammelende ketting rondliep.
Vroeger maakten de mensen elkaar bang door ergens een brandende kaars te zetten. Voorbijgangers zouden dan denken dat ze een doodskeers hadden gezien. Soms speelde een grapjas met een laken over zijn hoofd voor spook. Dappere mensen durfden de…