Vroeger zette men soms uitgeholde bieten met kaarsen langs de weg om voorbijgangers bang te maken. Sommige mensen verkleedden zich met een laken over hun hoofd als spook.
Een man uit Pepingen ging 's avonds naar Kestergat. Onderweg werd de man opgeschrikt door een grapjas die zich met een wit laken en een ketting als spook had verkleed.
Een man die 's avonds op een boerderij melk was gaan halen, werd op zijn weg naar huis opgeschrikt door een grapjas die met een laken over zijn hoofd voor spook speelde. De man hield echter het hoofd koel en schoot met zijn revolver naar de grapjas,…
Op een boerderij zond de boer één van zijn knechten 's avonds weg om een veearts te halen voor een zieke koe. De andere knechten hadden zich echter met een laken als spook verkleed en waren in de struiken gaan zitten. Toen de knecht die spoken zag,…
Een man had een lijk dat opgebaard lag, uit het bed gehaald en in een hoek van de kamer gezet. Toen de andere mensen in de kamer kwamen, geloofden ze dat er een spook was.
Een koewachter moest voor zijn vrienden een fles jenever halen. Eén van de vrienden was met een koeienvel over zich heen in de gracht gaan zitten. Zonder te weten dat het één van zijn vrienden was, sloeg de jongen de grapjas met een mesthaak dood.
Enkele farçeurs staken een lange stok door het afvoergat voor het water, dat in de slaapkamer van een huis was gelegen. Toen de mensen in hun bed lagen, hoorden ze de po die op de grond stond, heen en weer bewegen. De mensen waren doodsbang.
Een vrouw had gezien dat een man tegen de muur van het kerkhof stond te plassen. De vrouw sloop stilletjes naar de man toe en nam zijn hoed van zijn hoofd.
Enkele jongens hadden een laken over zich heen gehangen en een kaars in een uitgeholde biet gezet. In die gedaante gingen de jongens langs de weg naar het station zitten om voorbijgangers bang te maken.
Een grapjas had op het kerkhof levende krabben gezet, die kaarsen op hun rug droegen. Bij het zien bewegen van de kaarsen geloofden de mensen dat de doden uit hun graf waren opgestaan.
Een dronkaard ging iedere avond voorbij het kerkhof terwijl hij zei: "Goedenavond, Schèèsje!" Op een avond ging de vrouw van de dronkaard stiekem op het kerkhof zitten. Toen haar man daar voorbij kwam en zei: "Goedenavond, Schèèsje!", antwoordde de…
Een jongen reed na het werk met de fiets naar huis. Zijn collega's hadden de hele dag over de waterduivel gepraat. Onderweg zag de jongen langs de kant van de weg één van zijn vrienden zitten, die een ketting bij zich had en riep: "Leg ik hem hier,…
Een man was met een laken over zich heen in een boom gaan zitten om zijn buurman bang te maken. Toen de buurman verschrikt wegliep, riep de grapjas: "Je moet niet lopen, het ben ik!" De buurman had echter verstaan: "Je moet niet lopen, ik ben te…