Een tovenaar had een berkenhaag waarvan hij het hout gebruikte om bezems te maken. Op een dag ging een man uit de buurt ook eens naar die berkenhaag om er wat takken af te snijden. In de haag zat een paard dat de man grijnzend aankeek. De tovenaar…
Godelieve moest van haar man het veld bewaken en ervoor zorgen dat de kraaien niet van de gewassen kwamen eten. De kraaien kwamen allemaal naar de heuvel waar Godelieve zat en lieten de gewassen met rust.
Een schaapherder uit Wellen slaagde er maar niet in een waterput dicht te maken. Na twee dagen was het deksel telkens verdwenen. In de put stond een kist waarop een zwarte hond zat. Toen men de kist probeerde boven te halen, sprong de hond weg,…
Een meisje dat de wacht moest houden in een huis, ging op tafel staan toen ze haar nieuwe kleedje had aangetrokken. Hoewel er niemand te zien was, kreeg het meisje plots een oorveeg, waardoor ze omviel.
Mensen die 's nachts de wacht hielden bij het vlas, zagen soms een paard of een veulen lopen, dat lawaai maakten. De mensen waren dan doodsbang omdat ze geloofden dat het paard hen zou verscheuren.
Op de Galgenheuvel heeft men kettingen uit de grond gehaald, die vroeger werden gebruikt bij het ophangen van de misdadigers. In de buurt van de Galgenheuvel liep ook vaak een hond: dat was de duivel die de mensen bij de heuvel wilde weghouden.
Framassons waren mensen die nooit gebrek leden omdat ze met de duivel omgingen. Wanneer er een framasson in zijn sterfbed lag, mocht niemand bij hem in de buurt komen.
Toen in Brugge een framasson was gestorven, werd hij bewaakt door leden van de…
Mensen die ergens goud hadden verborgen, moesten na hun dood terugkeren om hun geld te bewaken. Als ze met een mes konden steken op de plaats waar het geld verborgen was, dan waren ze verlost.
Op een boerderij in Male werden alle dieren en later ook alle mensen getroffen door een vreselijke ziekte, die 'de Zwarte Pokken' werd genoemd. Een familielid bracht de lijken onbedekt met een kruiwagen naar Sint-Kruis, waar ze in een put werden…
Op de 'torrelen' in Veurne spookte het. Er was een onderaardse gang en voor één van de deuren zat een grote hond. Wanneer men naar de kelder wilde gaan, zag men er allemaal ratten. Als de mensen boter wilden karnen, dan lagen er allemaal vodden in…
Een pastoor die tijdens de oorlog ontvoerd was, werd bewaakt door gewapende mannen. Toch slaagde de pastoor erin op zeker ogenblik spoorloos te verdwijnen.
Op de weg van Sint-Joris-ten-Distel naar Hoekstrate zou ooit een kasteel zijn verzonken. Op een dag kwam een man die op weg was naar Aalter, een juffrouw tegen, die zei: "Kom eens binnen". Er lag daar een lelijk beest. De juffrouw sprak tot de man:…
Een troep soldaten die 's nachts van Hasselt naar Maaseik gingen, schrokken wanneer ze op de Galgenheuvel een hond met een ketting tegenkwamen. De soldaten geloofden dat de hond in wezen de duivel was, die de plaats bewaakte.
Op een boerderij waar men in de plaats van boter mest karnde, ging men te rade bij de paters van Tielt. Eén van de geestelijken sprak: "Een vrouw doet jullie dat aan. Jullie moeten de boerderij bewaken. Om middernacht zal de schuldige langs het hek…
Een brouwer die bij de vrijmetselaars was, werd op zijn sterfbed bewaakt door twee mannen die wilden beletten dat de pastoor de vrijmetselaar de Laatste Sacramenten zou komen toedienen. De vrijmetselaar had namelijk met zijn eigen bloed een contract…
In de kelder van het kasteel van Jonckhold stond een koffer waarop een zwarte hond zat. Omdat de mensen bang waren voor die hond, durfde niemand de koffer weg te nemen.
Toen door een man uit Sintjelies kandeledag (1) werd gehouden, waren de rovers van Pollet al vroeg in de avond op post. Ze wisten echter niet dat de man iemand de opdracht had gegeven om zijn huis te bewaken. Toen die bewaker iets hoorde, schoot hij…
In de loge van de framassons verscheen de duivel om middernacht. Na hun dood lieten de framassons zich verbranden. Toen een brouwer die bij de vrijmetselaars was, op sterven lag, werd het sterfhuis bewaakt door de duivel, opdat de deken de stervende…
In de kelder van een boerderij in Adinkerke zou een schat begraven liggen. Onder een steen zou een hond zitten, die de schat bewaakte. Die kelder zou door middel van een onderaardse gang met de boomgaard verbonden zijn.
Omstreeks 1700 stond op de Kerkplaats in Pepingen een kasteeltje dat door plunderaars werd leeggeroofd. Twee broers en een zus bewaakten de kerk en reden 's nachts te paard rond het gebouw om een eventuele inbraak te verijdelen. In de kerk werd later…
Op een boerderij in Harelbeke had men twaalf kinderen onder wie negen meisjes en drie jongens. Toen één van de meisjes de koeien moest bewaken op de weide, kreeg ze van een dame en een heer een appel. Het meisje beet in de appel en zag dat de appel…
Een boer die op een nacht bij zijn paarden op het klaverveld zat te waken, zag plots een groot beest rondlopen. Op zeker ogenblik was het beest spoorloos verdwenen.
Minus L. moest 's avonds het kasteel van H. bewaken. Minus hing een laken over een stoel, zodat de mensen zouden denken dat er een spook zat. Soms ging hij met twee kaarsen voor het raam staan.
Omdat de mensen geloofden dat het spookte in de…