Een man werd op een avond eens achtervolgd door een plaagbeest. Het was een grote, zwarte hond, zo groot als een kalf en met gloeiende ogen zo groot als theeschoteltjes.
Een jongeman werd op een nacht eens achtervolgd door een grote, zwarte hond. De jongeman had een revolver en wilde op het beest schieten. Maar hij had de macht er niet voor. Die hond was de duivel.
Een vrouw zat eens buiten op het huisje. Toen kwam er een grote, zwarte hond bij haar. Ze durfde zich niet te bewegen en niet te roepen. Uiteindelijk is ze heel hard naar het huis gerend, met de hond achter zich aan. Het was een plaagbeest.
Een man kwam eens dronken uit de kroeg. Hij had zojuist gezegd voor de duivel niet bang te zijn, toen hij merkte dat er iemand naast hem liep. Het was de duivel. Hij ging met hem mee zijn huis binnen en gaf hem daar een flink pak slaag.
Een paar vrouwen hadden de hele avond rare praatjes gehad. Toen ze naar huis gingen, werden ze achtervolgd door een plaagbeest, die de hele tijd tegen ze aan liep.
Een jongeman was eens alleen op de terugweg, toen hij hardop zei dat hij altijd maar alleen moest lopen. Meteen daarop werd hij achtervolgd door een grote, zwarte hond. Het was de duivel.
Een man kwam eens terug van zijn werk. De hele tijd merkte hij dat iets hem achtervolgde. Hij zei dat diegene weg moest gaan, al was het de duivel zelf. Toen werd de man opgetild en een eind verder weer neergesmeten. Diegene die dat had gedaan, zat…
Een boer ging zijn oudste koe op de markt verkopen. Hij liep naar de markt met de koe aan een touw achter zich aan. Veedieven maakten zonder dat hij het door had de koe los, en een van hen bond zichzelf vast aan het touw. Toen de boer erachter kwam,…
Een vent dronk veel en zei van alles. Op een keer werd hij achtervolgd door een wit konijntje. Hij meende dat dat de duivel was. Sindsdien dronk hij niet meer.
Een boerenmeid had eens een hele avond een hond aan haar rokken hangen. Volgens sommigen was het een plaagbeest, maar volgens de meid zelf was het de duivel in een hondengedaante.
Twee broers waren op een nacht onderweg naar huis. De achterste dwaalde nogal af. Hij volgde namelijk de lichtjes die hij zag, en waarvan hij veronderstelde dat die uit de pijp van zijn broer kwamen. Het waren dwaallichtjes die hij volgde.
Bij een bepaald bruggetje spookte altijd een plaagbeest. Het leek op een grote, zwarte hond met hele grote ogen. Die kwam stijf naast de mensen lopen, en liep dan met ze mee naar huis.